Bestuursprocesrecht

Veelprocedeerder. De verzetschriften in deze zaken zijn qua inhoud en schrijfstijl vergelijkbaar met het…

Rechtbank Rotterdam, 16 januari 2025

Zaakgegevens

Op 16 januari 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
16 januari 2025
Datum publicatie
14 januari 2025
Zaaknummer
ROT 24/2668, ROT 24/8184
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:396
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veelprocedeerder. De verzetschriften in deze zaken zijn qua inhoud en schrijfstijl vergelijkbaar met het verzetschrift van opposant waarop de rechtbank uitspraak heeft gedaan op 31 december 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:13138). Om precies dezelfde redenen als in die uitspraak zal de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk verklaren.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummers: ROT 24/2668 V, ROT 24/8184 V


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 januari 2025 op de verzetten van


[Naam] ([Naam]), uit [Plaats], opposant,

tegen de uitspraken van de rechtbank van 29 november 2024 in de gedingen tussen

[Naam]

en

Deken orde van advocaten Amsterdam en Deken van de Orde van Advocaten Den Haag.

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van [Naam] gaat over de uitspraken van de rechtbank van 29 november 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:11876 en ECLI:NL:RBROT:2024:11868) waarin de rechtbank het beroep van opposant niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens misbruik van recht.

2. [Naam] heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.

Beoordeling door de rechtbank

3. De verzetschriften in deze zaken zijn qua inhoud en schrijfstijl vergelijkbaar met het verzetschrift van [Naam] waarop de rechtbank uitspraak heeft gedaan op 31 december 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:13138). Om precies dezelfde redenen als in die uitspraak zal de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk verklaren.

Beslissing

De rechtbank verklaart de verzetten niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. H. Bedee, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2025.

De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.