Bestuursrecht overig
Mondelinge uitspraak. Schorsing van aanwijzing in de zin van de artikelen 7.3a en 7.3b van de Telecommunicatiewet.
Rechtbank Rotterdam, 19 juni 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:4938 · Rechtbank Rotterdam · 19 juni 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbrot-2019-4938
Zaakgegevens
Op 19 juni 2019 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 19 juni 2019
- Datum publicatie
- 20 juni 2019
- Zaaknummer
- ROT 19/2812
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2019:4938
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mondelinge uitspraak. Schorsing van aanwijzing in de zin van de artikelen 7.3a en 7.3b van de Telecommunicatiewet.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 19/2812
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
19 juni 2019 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[Naam vennootschap], te [Plaats], verzoekster,
gemachtigde: mr. N.J. Linsen,
en
de Autoriteit Consument en Markt (ACM), verweerster,
gemachtigden: mr. P.J. Schnezler en mr. R.M. Timmermans.
Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Voorts is verschenen [Naam], de bestuurder van verzoekster. ACM heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigden. Voorts zijn namens ACM verschenen
mr. M.R. Koppenol, C.W. Steketee en drs. C. van der Spek LL.M.
Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 19 juni 2019 heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.
Beslissing
De voorzieningenrechter schorst vanaf heden het besluit van 23 mei 2019, waarbij ACM op grond van de artikelen 7.3a en 7.3b van de Telecommunicatiewet de aanwijzing aan VodafoneZiggo heeft gegeven om de aankiesbaarheid van het aan verzoekster toegekende nummer 1803 en de betaling die is gerelateerd aan het gebruik van dit nummer op te schorten.
Deze beslissing heeft tot gevolg dat ACM VodafoneZiggo dient te gelasten dat de aankiesbaarheid van het voornoemde nummer weer kan worden vrijgegeven en dat de (na)betaling die is gerelateerd aan het gebruik van dit nummer aan verzoekster kan worden voldaan.
ACM dient het door verzoekster betaalde griffierecht van € 345,- te vergoeden en voorts wordt zij veroordeeld in de proceskostenkosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.024,- (tweemaal € 512).
Overwegingen
De voorzieningenrechter overweegt:
-
dat spoedeisend belang wordt aangenomen, gelet op de concurrentieverhoudingen, de advertentiemarkt op Google en de ingrijpende werking van de dubbele aanwijzing voor de bedrijfsvoering van verzoekster;
-
dat voor het geven van een aanwijzing vereist is dat er concrete aanknopingspunten voor het bestaan van een overtreding, in dit geval oneerlijke handelspraktijken, zijn;
-
dat zowel bij zoeken op Google als op de landingspagina van verzoekster de consument betrekkelijk eenvoudig kan zien dat het om een nummer-informatiedienst gaat en wat de handelsnaam van de aanbieder en de kosten zijn, zodat de voorzieningenrechter er niet van overtuigd is dat de gemiddelde consument door de wijze van adverteren en aanbieden van de dienst van verzoekster, kan worden misleid.
Deze uitspraak is op 19 juni 2019 in het openbaar gedaan door mr. A.C. Rop, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier.
De griffier is verhinderd het proces-verbaal voorzieningenrechter
van de mondelinge uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.