Bestuursrecht overig
8:55 AWB, termijnoverschrijding, psychische component, strenge jurisprudentie
Rechtbank Rotterdam, 11 juni 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:5521 · Rechtbank Rotterdam · 11 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/proces-verbaal/ecli-nl-rbrot-2021-5521
Zaakgegevens
Op 11 juni 2021 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 11 juni 2021
- Datum publicatie
- 17 juni 2021
- Zaaknummer
- ROT 20/3680
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Proces-verbaalProces-verbaalHet schriftelijke verslag van de zitting, soms met de mondelinge uitspraak van de rechter erin.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2021:5521
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:55 AWB, termijnoverschrijding, psychische component, strenge jurisprudentie
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 20/3680
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
11 juni 2021 als bedoeld in artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzet van
[naam opposante] , te [plaatsnaam] , opposante,
gemachtigde: J.A. Brok,
tegen de uitspraak van de rechtbank van 23 december 2020 in het geding tussen opposante en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: verweerder) over het besluit van 27 mei 2020.
Opposantes gemachtigde is via Skype gehoord. Verweerder heeft desgevraagd kenbaar gemaakt van die gelegenheid geen gebruik te willen maken.
Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 11 juni 2021 heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Overwegingen
De verzetrechter stelt vast dat opposantes beroep kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard, omdat opposante niet kan worden aangemerkt als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij het primaire besluit van 17 mei 2019, waarbij aan de [naam maatschap] te [vestigingsplaats maatschap] een bestuurlijke boete is opgelegd. Opposante kan om die reden evenmin als belanghebbende worden beschouwd bij het besluit van 27 mei 2020, waarbij verweerder het bezwaar van de Maatschap tegen het primaire besluit ongegrond heeft verklaard.
Door opposantes gemachtigde is in verzet verklaard dat aanvankelijk was beoogd om namens de [naam maatschap] beroep in te stellen. Nadat was gebleken dat de Maatschap de beroepsprocedure niet wenstte voort te zetten, is door hem namens opposante op eigen titel een beroepschrift ingediend. Als hij van tevoren had geweten dat er een probleem zou ontstaan met betrekking tot de vraag of hij in de beroepsprocedure wel als belanghebbende kan worden aangemerkt, had hij het uiteraard anders aangepakt, aldus opposantes gemachtigde. Opposantes gemachtigde geeft aan dat hij zich als pluimveehouder andere pluimveehouderijen bijstaat in diverse (beroeps)procedures. Met het oog hierop is het van belang om in deze zaak wel een uitspraak te krijgen.
De verzetrechter wijst opposantes gemachtigde er op dat voor zover kan worden aangenomen dat hij namens de Maatschap in beroep is gekomen in deze beroepszaak nog een probleem speelt. Gebleken is dat het voor de behandeling van het beroep verschuldigde griffierecht niet volledig is betaald, zodat dit eveneens een grond zou vormen om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens moet worden geconstateerd dat er in beroep geen juiste machtiging is overgelegd, waaruit blijkt dat opposantes gemachtigde bevoegd was om namens de Maatschap beroep in te stellen.
Aan de orde is de vraag of de rechtbank opposantes beroep om de hiervoor aangegeven gronden vereenvoudigd, zonder opposant ter zitting te horen, heeft afgedaan. De verzetrechter stelt in dit verband vast dat [naam] namens opposante beroep heeft ingesteld. Met de rechtbank is de verzetrechter van oordeel dat [naam] niet als belanghebbende als bedoeld in voormeld artikel in deze zaak worden aangemerkt, zodat het beroep terecht en op juiste gronden kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard.
Het verzet is dan ook ongegrond.
Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding.
Dit proces-verbaal is ondertekend door mr. S. Ketelaars-Mast, rechter, en C.W. Steenkist, griffier.
De griffier is buiten staat. De rechter is verhinderd te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.