Bestuursrecht overig

Mondelinge uitspraak. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven of ter griffie…

Rechtbank Rotterdam, 5 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 5 oktober 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
5 oktober 2023
Datum publicatie
18 oktober 2023
Zaaknummer
ROT 23/5986
Procedure
Proces-verbaal
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:9665
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven of ter griffie gestort en er is geen beroep op betalingsonmacht gedaan. Niet is gebleken dat verzoekster niet in staat was het griffierecht te voldoen. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 23/5986


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

5 oktober 2023 in de zaak tussen


[verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster,

(gemachtigde: mr. R. Moghni),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, het college,

(gemachtigde: mr. W. Breure).

Zitting

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 5 oktober 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster en mr. I. Car, als waarnemer van haar gemachtigde, en de gemachtigde van het college.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de voorzieningenrechter hierna onder de beslissing.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Inleiding

1. Op grond van artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt door de griffier van de indiener van het verzoekschrift een griffierecht geheven. In een zaak als deze is het griffierecht € 50,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dit is alleen anders als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het verzoekschrift in verzuim is geweest.

2. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 6 september 2023 verzoekster in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Dit bedrag is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven of ter griffie gestort en geen beroep op betalingsonmacht gedaan.

3. Naar het oordeel van de rechtbank kan redelijkerwijs worden geoordeeld dat verzoekster in verzuim is geweest. De Track & Trace-code wijst uit dat het poststuk met de nota op 8 september 2023 om 9:19 uur is afgehaald bij een PostNL-punt.

De gemachtigde heeft ter zitting verklaard dat hij de nota heeft ontvangen, maar blijkbaar heeft nagelaten deze te betalen. Na telefonisch overleg met zijn kantoor heeft gemachtigde dit nogmaals bevestigd. Niet is gebleken dat verzoekster niet in staat was het griffierecht te voldoen.

Conclusie en gevolgen

4. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Dit proces-verbaal is vastgesteld door mr. S.M. Dielemans-Goossens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.J. Bes, griffier.

de voorzieningenrechter is verhinderd

te tekenen

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen de uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.