Bestuursrecht overig

Herhaald verzoek om een voorlopige voorziening. Het college heeft verzoeksters urgentieverklaring ingetrokken…

Rechtbank Rotterdam, 25 maart 2026

Zaakgegevens

Op 25 maart 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
25 maart 2026
Datum publicatie
27 maart 2026
Zaaknummer
26/2005
Procedure
Proces-verbaal
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:3388
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herhaald verzoek om een voorlopige voorziening. Het college heeft verzoeksters urgentieverklaring ingetrokken omdat zij niet meer ingeschreven stond als woningzoekende. Er heeft sinds de vorige uitspraak geen belangrijke wijziging van de relevante feiten en omstandigheden plaatsgevonden. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 26/2005


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 maart 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen


[naam verzoekster] , uit [plaats] verzoekster

(gemachtigde: mr. A. el Idrissi),

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam

(gemachtigde: mr. J.C. Avedissian).

Inleiding

1. Met het primaire besluit van 15 september 2025 heeft het college de urgentieverklaring van verzoekster ingetrokken. Met het bestreden besluit van 2 februari 2026 heeft het college het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2. Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 25 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van het college.

4. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat het in deze zaak om?

5. Verzoekster heeft sinds oktober 2023 een urgentieverklaring op de urgentiegrond ‘ernstige en chronische medische problematiek’. Verzoekster is op 4 juli 2025 uitgeschreven als woningzoekende bij WoonnetRijnmond, omdat zij haar inschrijving niet op tijd heeft verlengd. Het college heeft vervolgens de urgentieverklaring ingetrokken, omdat verzoekster niet meer als woningzoekende stond ingeschreven. Verzoekster is het niet eens met de intrekking van haar urgentieverklaring. Zij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat zij weer met voorrang kan reageren op woningen.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

7. Verzoekster heeft tijdens de bezwaarprocedure ook al een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

Bij uitspraak van 31 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter dit verzoek afgewezen.

8. Naar vaste rechtspraak is de beslissing op een verzoek om een voorlopige voorziening tijdens de bezwaarprocedure in beginsel bedoeld om te gelden totdat op het bezwaar is beslist en – wanneer vervolgens beroep wordt ingesteld – de rechtbank op dat beroep heeft beslist. Als hangende dat bezwaar of beroep opnieuw om een voorlopige voorziening wordt verzocht, terwijl het standpunt van het bestuursorgaan ongewijzigd is gebleven, is er in beginsel geen aanleiding het eerder gegeven voorlopig oordeel over de uitkomst van de bodemprocedure opnieuw te bezien. Dit is slechts anders als er sprake is van ernstige onvolkomenheden in de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter dan wel van een belangrijke wijziging van de relevante feiten en omstandigheden.

9. Verzoekster staat sinds 21 november 2025 weer ingeschreven als woningzoekende, maar er is niet gebleken dat zij op woningen reageert. Er heeft sinds de vorige uitspraak daarom geen belangrijke wijziging van de relevante feiten en omstandigheden plaatsgevonden. Daarnaast zou verzoekster een nieuwe aanvraag voor een urgentieverklaring in kunnen dienen. Artikel 3.1.3, tweede lid, aanhef en onder o, van de Verordening woonruimtebemiddeling Rotterdam 2025 lijkt hieraan niet in de weg te staan, omdat de urgentieverklaring niet is ingetrokken op grond van de in dit artikel genoemde redenen.

Conclusie en gevolgen

10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat verzoekster vooralsnog niet met voorrang kan reageren op woningen. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2026 door mr. E.J. Rutten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

ECLI:NL:RBROT:2025:13030 Het college van burgemeester en wethouders kan de aangevraagde urgentieverklaring weigeren als de aanvraag is ingediend binnen twee jaar nadat een eerder aan aanvrager of een lid van het huishouden van aanvrager verleende urgentieverklaring is ingetrokken met toepassing van artikel 3.1.4, eerste lid, onder f, of tweede lid, onder b, c of d.