Bestuursrecht overig
Verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker is uitgeschreven uit de basisregistratie personen. Het…
Rechtbank Rotterdam, 16 juni 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:6941 · Rechtbank Rotterdam · 16 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/proces-verbaal/ecli-nl-rbrot-2026-6941
Zaakgegevens
Op 16 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 16 juni 2026
- Datum publicatie
- 16 juni 2026
- Zaaknummer
- ROT 26/4246
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Proces-verbaalProces-verbaalHet schriftelijke verslag van de zitting, soms met de mondelinge uitspraak van de rechter erin.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:6941
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker is uitgeschreven uit de basisregistratie personen. Het college heeft daarom een onderzoek ingesteld naar zijn recht op een bijstandsuitkering. Verzoeker is meerdere keren niet verschenen op een afspraak en voor de laatste afspraak heeft hij zich niet afgemeld. De uitkering was toen al opgeschort. Het college mocht daarom de uitkering intrekken. Het verzoek wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/4246
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juni 2026 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen
[naam verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. E. Kafa),
en
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam
(gemachtigde: mr. D. Gogar).
Inleiding
1. Met het bestreden besluit van 1 april 2026 heeft het college de bijstandsuitkering van verzoeker ingetrokken per 4 maart 2026. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. Verzoeker is wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.
3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van het college.
4. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Wat is er gebeurd?
5. Verzoeker ontving een bijstandsuitkering van het college. Na een adresonderzoek is verzoeker per 31 december 2025 uitgeschreven uit de basisregistratie personen. Het college is daarom een onderzoek opgestart naar verzoekers recht op bijstand. Daarbij heeft het college de uitbetaling van verzoekers uitkering geblokkeerd per 1 februari 2026.
6. Verzoeker is uitgenodigd voor een gesprek op 4 maart 2026. Hij is niet op deze afspraak verschenen. Het college heeft vervolgens verzoekers bijstandsuitkering opgeschort en hem uitgenodigd voor een gesprek op 11 maart 2026. Verzoeker heeft het college laten weten dat hij wegens ziekte niet op de afspraak kan verschijnen. Het college heeft verzoeker uitgenodigd voor een gesprek op 18 maart 2026. Ook deze afspraak heeft verzoeker afgezegd vanwege ziekte. Het college heeft verzoeker voor een laatste keer uitgenodigd op 24 maart 2026. Verzoeker is niet op deze afspraak verschenen en heeft zich ook niet afgemeld. Verzoeker heeft op 26 maart 2026 gevraagd om een belafspraak. Verzoeker heeft het college op 30 maart 2026 laten weten dat hij Corona heeft en daarom niet naar afspraken kan komen.
Waar gaat het in deze zaak om?
7. Het college heeft verzoekers bijstandsuitkering ingetrokken, omdat hij het college niet alle informatie heeft gegeven die nodig is om het recht op bijstand vast te stellen. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat de intrekking ongedaan wordt gemaakt en dat zijn bijstandsuitkering weer wordt uitbetaald.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
9. Verzoeker staat niet meer ingeschreven in de basisregistratie personen. Hij heeft alleen recht op een bijstandsuitkering van het college als hij in Rotterdam woont. Het kan zijn dat verzoeker geen volledig recht heeft op een uitkering, omdat hij met iemand samenwoont. Ook zou verzoeker in het buitenland kunnen verblijven of in een andere gemeente. Het is daarom logisch dat het college verzoeker in persoon wil zien en spreken. Daarnaast bepaalt het college op welke manier de gevraagde gegevens verstrekt dienen te worden. Het college heeft stukken opgevraagd bij verzoeker en die stukken zou je misschien ook naar het college kunnen opsturen. Maar het zwaartepunt ligt bij de vraag waar verzoeker op dit moment verblijft en daarover moet hij in persoon een toelichting geven. Het intrekkingsbesluit komt ook niet uit de lucht vallen. Er zijn sinds eind oktober 2025 twijfels over de verblijfplaats van verzoeker, maar de uitkering is pas ingetrokken met het besluit van 1 april 2026. Verzoeker is meerdere keren niet op een afspraak verschenen. Op een gegeven moment houdt het dan ook wel een beetje op. Gratis geld bestaat niet. Bij een uitkering horen verplichtingen en één van die verplichtingen is dat verzoeker informatie moet aanleveren en op afspraken moet verschijnen als het college daar om vraagt. Verzoeker is niet verschenen op de laatste afspraak van 24 maart 2026 en heeft zich ook niet afgemeld. Het college mocht daarom de uitkering intrekken. Verzoeker zal tijdens de bezwaarprocedure met nadere informatie moeten komen over onder meer zijn verblijfplaats. Hij heeft ook de mogelijkheid om een nieuwe aanvraag in te dienen.
Conclusie en gevolgen
10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het college verzoekers bijstandsuitkering vooralsnog niet hoeft uit te betalen. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
11. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep openstaat.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2026 door mr. V. van Dorst, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: