Bestuursrecht overig
Varia. Wet open overheid. Beroep niet-ontvankelijk. Mondeling uitspraak. Eiser heeft geen belang meer bij een…
Rechtbank Rotterdam, 13 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9880 · Rechtbank Rotterdam · 13 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/proces-verbaal/ecli-nl-rbrot-2026-9880
Zaakgegevens
Op 13 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 13 juli 2026
- Datum publicatie
- 11 augustus 2026
- Zaaknummer
- ROT 24/9368
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Proces-verbaalProces-verbaalHet schriftelijke verslag van de zitting, soms met de mondelinge uitspraak van de rechter erin.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:9880
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Varia. Wet open overheid. Beroep niet-ontvankelijk.
Mondeling uitspraak.
Eiser heeft geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/9368
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juli 2026
in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaats] , eiser,
en
De minister van Financiën, de minister
(gemachtigde: mr. C.H. Tjung).
Procesverloop
Met het primaire besluit van 26 april 2024 heeft de minister een vijftal verzoeken van eiser om openbaarmaking op grond van de Wet open overheid (Woo) niet in behandeling genomen. Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
Eiser heeft op 10 oktober 2024 beroep ingediend wegens het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaar. Vervolgens heeft eiser dit beroep wegens niet tijdig beslissen ingediend.
Met het bestreden besluit van 7 november 2024 heeft de minister alsnog beslist en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Op grond van artikel 6:20, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep van eiser mede betrekking op dit besluit.
Omdat het de rechtsbank ambtshalve is gebleken dat eiser niet meer in Nederland staat ingeschreven, telefonisch niet bereikbaar is en ook niet reageert op e-mailberichten, heeft de rechtbank eiser via de Staatscourant uitgenodigd voor een zitting.
De rechtbank heeft het beroep op 13 juli 2026 op zitting behandeld. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Eiser is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
2. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
De rechtbank kan eiser al geruime tijd niet bereiken. De aan eiser (aangetekend) verstuurde post komt retour en eiser reageert niet op e-mailberichten. Telefonisch is eiser ook niet meer bereikbaar. De minister heeft ter zitting verteld eiser ook niet meer te kunnen bereiken. Met ingang van 10 februari 2025 staat eiser als ‘Niet ingezetene’ geregistreerd in de gemeentelijke basisadministratie. Eiser heeft de rechtbank niet van zijn vertrek op de hoogte gesteld en ook geen contactgegevens doorgeven of contact met de rechtbank opgenomen over zijn (lopende) procedures. Dat terwijl eiser in deze en eerdere zaken die hij bij de rechtbank had lopen altijd erg actief was en veelvuldig contact met de rechtbank zocht. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat eiser kennelijk niet langer prijs stelt op een uitspraak. Bovendien heeft de rechtbank geen mogelijkheid om eiser van de uitspraak in kennis te stellen. Eiser heeft daarom geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart beroep niet-ontvankelijk.
Dit proces-verbaal is vastgesteld door mr. A.C. Rop, rechter, in aanwezigheid van
mr.L. Meijer, griffier.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met de uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.