Bestuursrecht overig

Verzoeken om een voorlopige voorziening. Het college heeft verzoeker een gemeentelijk briefadres toegekend en…

Rechtbank Rotterdam, 10 juli 2026

Zaakgegevens

Op 10 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
10 juli 2026
Datum publicatie
10 juli 2026
Zaaknummer
ROT 26/4340
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:8307
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoeken om een voorlopige voorziening. Het college heeft verzoeker een gemeentelijk briefadres toegekend en heeft daar bepaalde afspraken aan verbonden. Verzoeker is het niet eens met die afspraken, maar de voorzieningenrechter vindt die afspraken niet onredelijk. Het college mocht die afspraken dus eenzijdig aan verzoeker opleggen. Daarnaast heeft het college een last onder dwangsom aan verzoeker opgelegd om hem te dwingen een afspraak te maken voor de controle en schouw van zijn vaartuig. Het maximum aan dwangsommen is verbeurd, maar die worden voorlopig nog niet ingevorderd. Verzoeker heeft voor die zaak dus geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Ook is niet gebleken dat het besluit over de last onder dwangsom evident onrechtmatig is. De verzoeken om een voorlopige voorziening worden daarom afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummers: ROT 26/4340 en 26/4698


uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 juli 2026 in de zaken tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht

(gemachtigde: mr. M. Baardman).

Samenvatting

Het college heeft verzoeker een gemeentelijk briefadres toegekend en heeft daar bepaalde afspraken aan verbonden. Verzoeker is het niet eens met die afspraken, maar de voorzieningenrechter vindt die afspraken niet onredelijk. Het college mocht die afspraken dus eenzijdig aan verzoeker opleggen. Daarnaast heeft het college een last onder dwangsom aan verzoeker opgelegd om hem te dwingen een afspraak te maken voor de controle en schouw van zijn vaartuig. Het maximum aan dwangsommen is verbeurd, maar die worden voorlopig nog niet ingevorderd. Verzoeker heeft voor die zaak dus geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Ook is niet gebleken dat het besluit over de last onder dwangsom evident onrechtmatig is. De verzoeken om een voorlopige voorziening worden daarom afgewezen.

Procesverloop

1. Met het bestreden besluit van 1 april 2026 heeft het college verzoekers gemeentelijke briefadres verlengd tot 30 september 2026. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Deze zaak is bij de rechtbank geregistreerd onder zaaknummer ROT 26/4698.

2. Met het bestreden besluit van 12 mei 2026 heeft het college aan verzoeker een last onder dwangsom opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Deze zaak is bij de rechtbank geregistreerd onder zaaknummer ROT 26/4340.

3. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 6 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van het college en [naam] (havenmeester in de gemeente Dordrecht).

Beoordeling door de voorzieningenrechter

De zaak over het briefadres

Wat is er gebeurd?

4. Verzoeker woont op een schip in Dordrecht en heeft sinds begin 2022 een gemeentelijk briefadres. In verband met een onderzoek naar zijn verblijfplaats heeft het college verzoekers briefadres opnieuw beoordeeld. Het college heeft vervolgens verzoekers tijdelijk gemeentelijk briefadres verlengd tot 30 september 2026 en heeft daar ook bepaalde voorwaarden aan verbonden, zoals:

- verzoeker moet 1x per 14 dagen zijn post ophalen;

- er wordt geen informatie gegeven over binnengekomen post (ook niet per e-mail);

- verzoeker mag het briefadres niet gebruiken voor het laten bezorgen van medicijnen, postpakketten en medische hulpmiddelen. Daarnaast worden er ook geen aangetekende stukken aangenomen.

Waar gaat het in deze zaak om?

5. Verzoeker is het er niet mee eens dat aan hem een tijdelijk briefadres is toegekend. Ook is hij het niet eens met bepaalde voorwaarden die aan het gebruik van het briefadres zijn verbonden. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat zijn post correct en volledig wordt bewaard, dat hij een e-mail krijgt als er poststukken voor hem zijn ontvangen, en dat zijn post correct beschikbaar wordt gesteld of wordt doorgestuurd.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af

6. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Is er een spoedeisend belang?

7. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er voldoende spoedeisend belang bij de verzochte voorlopige voorziening bestaat, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld

8. Verzoeker staat met zijn briefadres ingeschreven in de basisregistratie personen. Het briefadres is ook het adres waarop hij zijn post ontvangt van diverse (overheids)instanties. Volgens verzoeker functioneert het briefadres niet naar behoren, omdat het college allerlei extra voorwaarden stelt die niet in de wet staan. In verband met zijn bereikbaarheid is het van belang dat verzoeker hier op korte termijn uitsluitsel over krijgt. Hij heeft daarom een spoedeisend belang bij deze procedure.

Wat vindt de voorzieningenrechter van deze zaak?

9. Per 1 januari 2022 is de Wet basisregistratie personen (Wet brp) aangepast en zijn gemeenten wettelijk verplicht om iemand in te schrijven op een briefadres als aan de voorwaarden wordt voldaan. De voorwaarden volgen uit de Wet brp en het college mag geen aanvullende voorwaarden stellen voor het toekennen van een briefadres. Het college mag echter wel afspraken maken met de houder van een gemeentelijk briefadres:

- Mag je afspraken maken met briefadreshouder?

Ja, dat mag en is zelfs aan te bevelen. Bijvoorbeeld over het ophalen van de post […];

- Hoe zorgt de gemeente ervoor dat de post bij de burger belandt?

Maak goede afspraken met de postkamer, zodat duidelijk is waar de post bewaard wordt. Sommige gemeenten hebben hier een speciale kluis voor. Maak ook afspraken met de briefadreshouder, zodat de post op vaste momenten wordt opgehaald (bijvoorbeeld 1 keer per 2 weken);

- Is er een minimale bewaartermijn voor de post van de briefadreshouder?

Nee, er geldt geen minimale bewaartermijn voor deze post. Het briefadres is wel het formele adres waar in ieder geval de overheid brieven naar toe zal sturen. Het is dus belangrijk dat de briefadresgever de post kan doorgeven aan de briefadreshouder.

Het is daarom belangrijk dat de briefadresgever en de briefadreshouder hierover afspraken maken met elkaar. Mocht de briefadreshouder zich niet aan deze afspraken houden en de briefadresgever kan daardoor de post niet doorgeven, dan kan er gekozen worden om post na een bepaalde termijn (bijvoorbeeld 1 maand) terug te sturen naar de afzender, met de mededeling “post heeft geadresseerde niet bereikt.” […].

10. Verzoeker wil graag een e-mail ontvangen van het college als er post voor hem is ontvangen. Dit is in het verleden ook zo afgesproken. Het college is echter niet gehouden om die afspraak te laten voortduren. Het college heeft ter zitting toegelicht dat verzoeker niet de enige persoon is in Dordrecht met een gemeentelijk briefadres. Volgens het college is het niet te doen om iedereen met een gemeentelijk briefadres te bellen of te mailen wanneer er post klaar ligt. Daarom is ervoor gekozen om als afspraak op te nemen dat verzoeker (en andere burgers) 1x per 14 dagen naar het stadskantoor dienen te komen om hun post op te halen. De voorzieningenrechter vindt dit een redelijke afspraak. Er is niet gebleken dat het voor verzoeker een onmogelijke opgave zou zijn om met enige regelmaat naar het stadskantoor te gaan om zijn post op te halen.

11. Verzoeker wil dat het college alle post voor hem aanneemt, dus ook pakketten en medicijnen. Volgens verzoeker is het college verplicht om deze poststukken voor hem in ontvangst te nemen. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat het college ook afspraken kan maken over welke poststukken wel en niet in ontvangst worden genomen. Verzoeker heeft de mogelijkheid om pakketten op een andere plek te laten bezorgen (bijvoorbeeld op een PostNL-punt of een afhaalpunt van een andere bezorgdienst). En medicijnen kunnen worden gekocht bij een apotheek of drogisterij. Verzoeker wordt dus door deze afspraak niet belet in zijn mogelijkheid om pakketten te ontvangen of medicijnen te kopen. Daarentegen is het voor het college niet te doen om (onbeperkt) pakketten en medicijnen op te slaan. De voorzieningenrechter vindt dit dus ook een redelijke afspraak. Verder stelt de voorzieningenrechter vast dat verzoeker het ermee eens is dat het college geen aangetekende post voor hem accepteert, zodat zij hierover geen oordeel hoeft te geven.

12. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker het ook niet eens is met de toekenning van een tijdelijk briefadres. Op dit punt heeft verzoeker geen spoedeisend belang, omdat het briefadres is toegekend tot 30 september 2026, zodat hij op dit moment nog geen gevolgen ondervindt van de tijdelijke toekenning. Daarnaast heeft het college tijdens de zitting toegelicht dat er uit praktisch oogpunt is gekozen voor een ‘tijdelijk’ briefadres, omdat het stadskantoor gaat verhuizen en het gemeentelijke adres dus zal wijzigen. Volgens het college zal in de beslissing op bezwaar een toelichting komen over het onbepaalde karakter van het briefadres.

De zaak over de last onder dwangsom

Wat is er gebeurd?

13. Verzoeker heeft een ligplaatsvergunning om met zijn vaartuig in de Wolwevershaven in Dordrecht te liggen. Het college heeft op 5 november 2025 per e-mail een brief gestuurd naar verzoeker over een controle en schouw die ze willen uitvoeren ten aanzien van zijn vaartuig. Het college wil van alle schepen in de Wolwevershaven controleren of ze nog aan de voorwaarden voldoen. Het college heeft aangekondigd dat ze op 19 november 2025 (van 15:00 tot 18:00 uur) bij verzoeker langskomen voor de controle. Als verzoeker dan niet kan of ze treffen verzoeker niet aan, dan kan er een afspraak worden gemaakt voor 22 november 2025 (van 10:00 tot 13:00 uur).

14. Verzoeker was niet aanwezig op zijn schip op 19 en 22 november 2025 en heeft geen andere afspraak gemaakt voor de controle en schouw van zijn vaartuig. Het college heeft daarom op 12 februari 2026 een brief gestuurd naar zijn briefadres, met het verzoek om contact op te nemen. Ook staat in de brief dat verdere stappen zullen worden overwogen als verzoeker niet reageert.

15. Het college heeft op 31 maart 2026 een brief gestuurd naar het briefadres van verzoeker. Hierin staat vermeld dat verzoeker niet op de brieven van het college heeft gereageerd en dat het college van plan is om een last onder dwangsom op te leggen. Verzoeker is per e-mail van 16 april 2026 geïnformeerd dat hij deze brief kan ophalen, nadat was geconstateerd dat verzoeker de brief niet had afgehaald. De brief van 31 maart 2026 met het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom is daarbij als bijlage meegestuurd.

Waar gaat het in deze zaak om?

16. Het college heeft verzoeker op 12 mei 2026 een last onder dwangsom opgelegd. De last houdt in dat verzoeker binnen een week na dagtekening van het besluit contact opneemt met het college om een afspraak te maken voor de controle en schouw van zijn vaartuig. Als verzoeker niet aan deze verplichting voldoet, zal het college hem een dwangsom opleggen

van € 500,- per week dat hij in gebreke blijft, met een maximum van € 1.000,-. Verzoeker is het niet eens met dit besluit. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat het besluit van 12 mei 2026 wordt geschorst.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af

17. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Is er een spoedeisend belang?

18. De voorzieningenrechter heeft in overweging 7 al uitgelegd dat verzoeker een spoedeisend belang moet hebben voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.

19. De voorzieningenrechter stelt vast dat de dwangsommen al zijn verbeurd en dat het maximum is bereikt. Het college heeft desgevraagd tijdens de zitting verklaard dat wordt gewacht met de invordering van de verbeurde dwangsommen totdat er is beslist op verzoekers bezwaarschrift. Dit betekent dat verzoeker op dit moment geen spoedeisend belang heeft bij deze procedure.

Is er sprake van een evident onrechtmatig besluit?

20. De voorzieningenrechter kan alsnog een voorlopige voorziening treffen als het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Daarvan is echter niet gebleken.

21.1.

Volgens verzoeker zijn alleen de waterpolitie en Rijkswaterstaat bevoegd om zijn vaartuig te controleren en die moeten daar bovendien een reden voor hebben. Verzoeker betwist dus de bevoegdheid van de havenmeester en de handhaver van de gemeente om zijn vaartuig te controleren en om een schouw uit te voeren.

21.2.

Om in aanmerking te komen voor een ligplaatsvergunning met een schip in de Wolwevershaven gelden bepaalde criteria. Als er eenmaal een vergunning is verleend, dan dient erop te worden toegezien dat de vergunning met de daaraan verbonden voorschriften blijvend wordt nageleefd. De Dordtse havenmeester en als Buitengewoon Opsporingsambtenaar beëdigde ambtenaren zijn in ieder geval bevoegd om te controleren of er nog aan de voorschriften wordt voldaan, net als door het college aan te wijzen personen. Daarnaast dient verzoeker zijn medewerking te verlenen aan een toezichthouder bij de uitoefening van diens bevoegdheden. Anders dan verzoeker denkt, hoeft er dus niet eerst sprake te zijn van een overtreding van de voorschriften voordat er gecontroleerd mag worden. Verzoeker heeft op dit punt dus geen gelijk.

22.1.

Verzoeker voert verder aan dat zijn briefadres niet goed functioneert, waardoor hij de onderliggende stukken niet heeft ontvangen of inzicht heeft gekregen in de motivering van het opleggen van de last onder dwangsom.

22.2.

De voorzieningenrechter volgt verzoeker hierin niet. Zoals uit overwegingen 13 tot en met 15 blijkt, is verzoeker (ook) per e-mail geïnformeerd over de controle en schouw die in november 2025 zouden plaatsvinden en het voornemen om een last onder dwangsom op te leggen.

23. Verzoeker heeft tijdens de zitting nog aangevoerd dat sommige voorschriften waaraan hij als vergunninghouder moet voldoen, arbitrair zijn. Hierdoor heeft hij de vrees dat bij een controle en schouw niet objectief naar zijn vaartuig zal worden gekeken. Het college heeft tijdens de zitting verklaard dat een onafhankelijke onderhoudscommissie zal beoordelen of er nog steeds wordt voldaan aan de voorschriften. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding aan deze verklaring te twijfelen.

Conclusie en gevolgen

24. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E.C. Debets, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Verzoeker is slechthorend en heeft de zitting kunnen volgen via de zittingsaantekeningen van de griffier. Zie de website van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, https://www.rvig.nl/Verzamelwet%20BRP In de brief staat vermeld dat deze controle en schouw worden uitgevoerd door de havenmeester en een handhaver van de gemeente Dordrecht. Zij worden ondersteund door de voorzitter van de Schouwcommissie Wolwevershaven . Zie artikel 5 en 6 van de Nadere regels historische binnenschepen in de Wolwevershaven . Zie artikel 11, onder a, van de Nadere regels historische binnenschepen in de Wolwevershaven . Zie artikel 11, onder d, van de Nadere regels historische binnenschepen in de Wolwevershaven , artikel 6.3 van de (inmiddels vervallen) Havenbeheersverordening Dordrecht en artikel 14.3, eerste lid, van de Havenverordening Dordrecht (die in de plaats is gekomen van de Havenbeheersverordening Dordrecht). Zie artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.