Socialezekerheidsrecht
Besluit zorgtoeslag uitbetalen aan het CJIB ter voldoening van (een deel van) de bestuursrechtelijke premie…
Rechtbank Rotterdam, 29 maart 2018
ECLI:NL:RBROT:2018:2634 · Rechtbank Rotterdam · 29 maart 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2018-2634
Zaakgegevens
Op 29 maart 2018 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 29 maart 2018
- Datum publicatie
- 3 april 2018
- Zaaknummer
- ROT 17/167
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2018:2634
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Besluit zorgtoeslag uitbetalen aan het CJIB ter voldoening van (een deel van) de bestuursrechtelijke premie.
Eiser heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van de in bezwaar aangevoerde gronden in het bestreden besluit onjuist dan wel onvolledig is. De rechtbank kan zich geheel vinden in het standpunt van verweerder en in de overwegingen waarop dat standpunt rust.
Procesgang
Rechtbank Rotterdam · 29 maart 2018deze uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2018:2634
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:3417Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team Bestuursrecht 1
zaaknummer: ROT 17/167
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 29 maart 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
en
CAK, verweerder,
gemachtigde: mr. W. de Bakker.
Zitting hebben mr. H. Bedee, voorzitter, en mr. E. Lunenberg en prof.mr. A.C. Hendriks, leden, en J. van Mazijk, griffier.
Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 29 maart 2018 heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Aan de orde is verweerders in bezwaar gehandhaafde besluit van 15 augustus 2016, waarbij aan eiser is meegedeeld dat de aan hem toekomende zorgtoeslag wordt uitbetaald aan het Centraal Justitieel Incassobureau ter voldoening van (een deel van) de verschuldigde bestuursrechtelijke premie.
2. De gronden die eiser in beroep heeft aangevoerd, zijn in wezen een herhaling van wat hij in bezwaar heeft aangevoerd. Verweerder is in het bestreden besluit van 2 december 2016 gemotiveerd op die gronden ingegaan, Daarnaast heeft verweerder in het verweerschrift van 27 januari 2017 zijn besluitvorming verder toegelicht. Eiser heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van de in bezwaar aangevoerde gronden in het bestreden besluit onjuist dan wel onvolledig is. De rechtbank kan zich geheel vinden in het standpunt van verweerder en in de overwegingen waarop dat standpunt rust.
3. Hieruit volgt dat het beroep van eiser ongegrond is.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dit proces-verbaal is ondertekend door mr. H. Bedee, voorzitter, en J. van Mazijk, griffier.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.