Burgerlijk procesrecht
De gedaagde is zowel in kort geding als in de bodemprocedure veroordeeld. Zij schrijft een brief aan de…
Rechtbank Rotterdam, 11 december 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:12879 · Rechtbank Rotterdam · 11 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2020-12879
Zaakgegevens
Op 11 december 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 11 december 2020
- Datum publicatie
- 4 februari 2021
- Zaaknummer
- 8702831 VV EXPL 20-322 (nieuw: 8915158 VZ VERZ 20-
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2020:12879
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De gedaagde is zowel in kort geding als in de bodemprocedure veroordeeld. Zij schrijft een brief aan de rechtbank dat zij het daarmee niet eens is. Vereisten voor het instellen van verzet en voor hoger beroep.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 8702831 VV EXPL 20-322 (nieuw: 8915158 VZ VERZ 20-20041)
uitspraak: 11december 2020
beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam
in de zaak van
de stichting
Stadswonen Rotterdam,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. S.E. Boellaard-Roeters van Lennep,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Stadswonen’ en ‘ [gedaagde] ’.
De beoordeling
Op 14 september 2020 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan in de zaak met zaaknummer 8702831 VV EXPL 20-322. In deze procedure is [gedaagde] niet verschenen en daarom is tegen haar verstek verleend.
[gedaagde] heeft in haar brief van 24 oktober 2020 geschreven dat zij verzet wil instellen. In deze procedure is het instellen van verzet mogelijk, maar niet met een brief. [gedaagde] moet om verzet in te stellen een dagvaarding laten uitbrengen door een deurwaarder. Zij wordt in de gelegenheid gesteld om dit alsnog te laten doen. [gedaagde] moet zelf een deurwaarder benaderen. De deurwaarder moet een kopie van deze beslissing en de brief van [gedaagde] bijvoegen. De dagvaarding moet ten minste acht dagen voor 12 januari 2021 worden uitgebracht. Als [gedaagde] geen dagvaarding laat uitbrengen, dan zal zij niet-ontvankelijk worden verklaard.
Het is de vraag of [gedaagde] wel belang heeft bij het instellen van verzet in de zaak met zaaknummer 8702831 VV EXPL 20-322. Het betreft een uitspraak in een kort geding. Er is ondertussen echter ook een uitspraak gedaan in de hoofdzaak met zaaknummer 8343168 CV EXPL 20-6071. Die uitspraak is in de plaats gekomen van de uitspraak in deze zaak. In dit kort geding mag in beginsel niet anders worden beslist dan in de uitspraak in de zaak met zaaknummer 8343168 CV EXPL 20-6071. Het instellen van verzet heeft daarom waarschijnlijk weinig zin.
Het is mogelijk dat [gedaagde] hoger beroep wil instellen tegen de uitspraak in de zaak met zaaknummer 8343168 CV EXPL 20-6071. Hoger beroep moet worden ingesteld bij het hof. Het hof zal de zaak dan opnieuw beoordelen. Hoger beroep kan niet worden ingesteld met een brief. [gedaagde] zal voor het instellen van hoger beroep een advocaat moeten inschakelen. De kantonrechter wijst [gedaagde] erop dat slechts binnen een beperkte termijn hoger beroep kan worden ingesteld.
De beslissing
De kantonrechter:
bepaalt dat de zaak op de rolzitting van dinsdag 12 januari 2021 te 13:30 uur zal komen;
wijst [gedaagde] erop dat zij Stadswonen Rotterdam tegen de hiervoor genoemde dag en tijd, met inachtneming van de wettelijke termijnen, bij exploot moet oproepen, onder betekening van deze beslissing en haar brief van 24 oktober 2020.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
371