Burgerlijk procesrecht

Spoorwisselbeschikking. Terugbetaling borg moet worden gevraagd in dagvaardingsprocedure.

Rechtbank Rotterdam, 9 januari 2026

Zaakgegevens

Op 9 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
9 januari 2026
Datum publicatie
12 januari 2026
Zaaknummer
12008817 VZ VERZ 25-7188
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:127
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Spoorwisselbeschikking. Terugbetaling borg moet worden gevraagd in dagvaardingsprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12008817 VZ VERZ 25-7188

datum uitspraak: 9 januari 2026

Beschikking van de kantonrechter

in de zaak van

[verzoeker] ,

woonplaats: Spijkenisse,

verzoeker,

die zelf procedeert,

tegen

SDH Vastgoed B.V.,

vestigingsplaats: Schiedam,

verweerster,

die (nog) niet is opgeroepen.

De partijen worden hierna ‘[verzoeker]’ en ‘SDH’ genoemd.

1 De beoordeling

1.1.

Op 9 december 2025 heeft de rechtbank een verzoekschrift ontvangen van [verzoeker]. [verzoeker] schrijft daarin dat hij een woning heeft gehuurd van SDH en dat SDH onterecht weigert om de borg terug te betalen. Hij verzoekt de kantonrechter daarom om SDH te veroordelen om de borg van € 3.100,- aan hem te betalen, met rente. [verzoeker] kan een procedure hierover niet starten met een verzoekschrift. Dat moet met een dagvaarding (artikel 78 Rv).

1.2.

De kantonrechter geeft [verzoeker] de gelegenheid om SDH alsnog met een exploot door de deurwaarder te laten oproepen (artikel 45 Rv). Ook bepaalt de kantonrechter dat de procedure wordt voortgezet als dagvaardingsprocedure. [verzoeker] mag zijn stellingen aanpassen aan de regels die gelden voor die procedure (artikel 69 Rv). Daarvoor kan het nuttig zijn om juridisch advies te vragen.

1.3.

Als de kantonrechter op de datum die onder de beslissing staat geen oproepingsexploot van [verzoeker] heeft ontvangen, wordt [verzoeker] niet ontvankelijk verklaard. De zaak wordt dan niet inhoudelijk beoordeeld.

2 De beslissing

De kantonrechter:

2.1.

verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 10 februari 2026 om 11.30 uur waarvoor [verzoeker] SDH met een exploot moet oproepen;

2.2.

bepaalt dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;

2.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.

33394