Burgerlijk procesrecht
Verzoekschrift vernietiging ontslag. Relatieve onbevoegdheid. Verwijzing.
Rechtbank Rotterdam, 23 oktober 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14742 · Rechtbank Rotterdam · 23 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2026-14742
Zaakgegevens
Op 23 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 23 oktober 2026
- Datum publicatie
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12398484 VZ VERZ 26-3742
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:14742
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoekschrift vernietiging ontslag. Relatieve onbevoegdheid. Verwijzing.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12398484 VZ VERZ 26-3742
datum uitspraak: 23 oktober 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
verzoeker,
die zelf procedeert,
tegen
Randstad Nederland B.V.,
vestigingsplaats: Amsterdam,
verweerster,
die nog niet is opgeroepen.
De partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘Randstad’ genoemd.
1 De beoordeling
[verzoeker] werkte bij Randstad, maar is ontslagen. Hij vraagt de kantonrechter om het ontslag te vernietigen en Randstad te veroordelen om vergoedingen te betalen.
De kantonrechter heeft in de tussenbeschikking de vraag aan de orde gesteld of hij bevoegd is om deze zaak te behandelen. Hij heeft daarin geoordeeld dat in ieder geval rechtbank Amsterdam bevoegd is, omdat Randstad daar is gevestigd. Hij heeft [verzoeker] gevraagd waar hij vooral werkte, omdat de rechter van die plaats ook bevoegd is.
[verzoeker] heeft gereageerd. De kantonrechter begrijpt uit de reactie van [verzoeker] dat hij de laatste tijd in [plaats] werkte. Die plaats valt onder het gebied van rechtbank Zeeland-West-Brant (artikel 13 Wet op de rechterlijke indeling).
Rechtbank Amsterdam of rechtbank Zeeland-West-Brabant mag deze zaak dus behandelen. [verzoeker] heeft niet aangegeven welke rechtbank zijn voorkeur heeft. Aangezien [verzoeker] in [woonplaats] woont en Randstad in Amsterdam is gevestigd lijkt rechtbank Amsterdam voor alle partijen het meest logisch. Daarom verwijst de kantonrechter de zaak naar die rechtbank (artikel 270 Rv).
De rechtbank verstuurt deze beschikking en het dossier naar rechtbank Amsterdam. De partijen krijgen bericht van die rechtbank over hoe de zaak verder gaat.
[verzoeker] heeft in zijn reactie ook aangekondigd dat hij wil dat de rechtbank hem (later) een advocaat toewijst. De kantonrechter geeft [verzoeker] alvast mee dat de rechtbank daar niet over gaat. [verzoeker] kan het best contact opnemen met het Juridisch Loket. Het Juridisch Loket geeft gratis juridisch advies en kan [verzoeker] zo nodig doorverwijzen naar een advocaat.
2 De beslissing
De kantonrechter verwijst de zaak naar de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
33394