Burgerlijk procesrecht
Verzoek ex art. 8:491 BW jo. art. 632c Rv. Toegewezen
Rechtbank Rotterdam, 19 november 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:9425 · Rechtbank Rotterdam · 19 november 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/kort-geding/ecli-nl-rbrot-2014-9425
Zaakgegevens
Op 19 november 2014 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 19 november 2014
- Datum publicatie
- 19 november 2014
- Zaaknummer
- C/10/463772 / KG RK 14-2052
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2014:9425
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek ex art. 8:491 BW jo. art. 632c Rv. Toegewezen
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/10/463772 / KG RK 14-2052
Beschikking van de voorzieningenrechter van 19 november 2014
in de zaak van
de rechtspersoon naar vreemd recht
REDERI AB DONSÖTANK,
gevestigd te Donsö, Zweden,
verzoekster,
advocaat mr. M. Wattel en mr. L.A. Deutekom,
en
O.W. SUPPLY AND TRADING A/S UNDER KONKURS,
gevestigd te Nørresundby, Denemarken,
gerekwestreerde,
niet verschenen.
en met als (ter zitting verschenen) belanghebbende de in het cognossement genoemde afzender van de lading
de rechtspersoon naar vreemd recht
POLSKI KONCERN NAFTOWY ORLEN S.A.
gevestigd te Plock, Polen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het verzoekschrift,
-
de overgelegde producties,
-
de mondelinge behandeling ter zitting van 18 november 2014.
2 De beoordeling
De voorzieningenrechter stelt vast dat gerekwestreerde, alhoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting is verschenen.
Het verzoekschrift (ex art. 8:491 BW jo. art. 632c Rv.) strekt tot verkrijging van toestemming om de in het verzoekschrift genoemde goederen onderhands te mogen verkopen.
Artikel 8:491 lid 1 BW bepaalt dat in geval van toepassing van artikel 8:490 BW de vervoerder, de bewaarnemer dan wel hij, die jegens de vervoerder recht heeft op de aflevering op zijn verzoek, door de rechter kan worden gemachtigd de zaken geheel of gedeeltelijk op de door de rechter te bepalen wijze te verkopen.
De voormelde, ter zitting verschenen belanghebbende, heeft geen bezwaren geuit tegen toewijzing van het verzoek. Uit het verzoekschrift blijkt voldoende belang van verzoeker bij inwilliging van het verzoek. Het verzoek zal, als gegrond op de wet, worden toegewezen.
3 De beslissing
De voorzieningenrechter
bepaalt dat de goederen, genoemd in het verzoekschrift van verzoekster (namelijk: een lading fuel oil in het schip m.t. “Solero” dat in de haven van Rotterdam is afgemeerd) onderhands mogen worden verkocht aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VAN AMEIDE MARINE B.V. te Rotterdam;
bepaalt dat verzoekster zich voor de kosten van overslag en verkoop, alsmede de vracht, overliggeld, verhaalkosten, stookkosten en havenkosten kan verhalen op de opbrengst en dat het resterende saldo ter beschikking van de rechthebbenden in de consignatiekas dient te worden gestort;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.W. van den Hurk en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2014.