Burgerlijk procesrecht

Wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid. Bij vonnis van 21 april…

Rechtbank Rotterdam, 8 juli 2016

Zaakgegevens

Op 8 juli 2016 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
8 juli 2016
Datum publicatie
10 augustus 2016
Zaaknummer
504808 / HA RK 16-527
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2016:6186
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid. Bij vonnis van 21 april 2016 is een eindbeslissing gegeven, waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd. Het wrakingsverzoek is op 21 juni 2016 en derhalve na de uitspraak van voormeld vonnis ingediend. Uit het vorenstaande volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Zaaknummer / rekestnummer: 10/504808 / HA RK 16-527

Beslissing van 8 juli 2016

op het verzoek van

[naam verzoeker] ,

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

strekkende tot wraking van:

mr. G.A.F.M. Wouters, rechter in de rechtbank Rotterdam, afdeling privaatrecht, team kanton (hierna: de rechter).

1 Het procesverloop en de processtukken

De rechter heeft in de tegen verzoeker en Wilma van Boggelen ingediende civielrechtelijke vordering door de Stichting [naam stichting], gevestigd te Dordrecht, op 21 april 2016 vonnis gewezen, dat is verbeterd bij vonnis van 26 mei 2016.

Die zaak draagt als kenmerk 4619477 CV EXPL 15-9422.

Bij brief van 21 juni 2016 heeft verzoeker wraking van de rechter verzocht.

De wrakingskamer heeft kennis genomen van het dossier met kenmerk 4619477 CV EXPL 15-9422.

2 De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1

Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 Rv kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.

2.2

Bij het vonnis van 21 april 2016, dat is verbeterd bij vonnis van 26 mei 2016, heeft de rechter in de hiervoor omschreven procedure vonnis gewezen. Dat vonnis is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd.

2.3

Het wrakingsverzoek is op 21 juni 2016 en derhalve na de uitspraak van voormeld vonnis ingediend. Uit het vorenstaande volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechter. Het verzoek zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 9.1, laatste volzin, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank buiten behandeling worden gesteld.

3 De beslissing

stelt het verzoek tot wraking van mr. Wouters wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. A. Eerdhuijzen en
mr. H.J.M. van der Kaaij, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van in tegenwoordigheid van mr. R.H. Nieuwenhuis, griffier.

Verzonden op:

aan:

-

-

-

-