Burgerlijk procesrecht

Verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Aan het verzoek zijn geen feiten of omstandigheden ten…

Rechtbank Rotterdam, 29 augustus 2023

Zaakgegevens

Op 29 augustus 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
29 augustus 2023
Datum publicatie
19 september 2023
Zaaknummer
664454 / HA RK 23-834
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:8757
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Aan het verzoek zijn geen feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd. Verzoeker heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om de gronden van het wrakings-verzoek alsnog schriftelijk in te dienen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Wrakingskamer

zaaknummer: C/10/664454 / HA RK 23-834

Beslissing van 29 augustus 2023

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[naam verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van

mr. K.J. Bezuijen,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

1.1.

Het verzoek van verzoeker strekt tot wraking van de rechter in de civiele zaak met kenmerk 10401689 CV EXPL 23-7768. Die zaak betreft een geschil tussen verzoeker en Menzis Zorgverzekeraar N.V.. Het dossier van deze zaak is ter beschikking gesteld van de wrakingskamer.

1.2.

Het verloop van de procedure blijkt verder uit:

  • het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoeker van 24 augustus 2023;

  • het e-mailbericht van 25 augustus 2023 van de secretaris van de wrakingskamer aan verzoeker.

2 De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.

Aan het verzoek tot wraking zijn geen feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd. Door de secretaris van de wrakingskamer is bij bericht van 25 augustus 2023 gelegenheid gegeven om de gronden van het wrakingsverzoek alsnog schriftelijk in te dienen op uiterlijk 28 augustus 2023. Van die gelegenheid heeft verzoeker geen gebruik gemaakt.

2.2.

De wet schrijft voor dat het verzoek wordt gedaan zodra de feiten en omstandigheden die aanleiding gaven tot het wrakingsverzoek bekend zijn geworden en dat deze tegelijk moeten worden vermeld. Het wrakingsverzoek voldoet niet aan deze voorschriften. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.

2.3.

Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Gezien het voorgaande wordt aan dat debat niet toegekomen.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door mr. P.C. Santema, voorzitter, mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar en mr. W.J. Roos-van Toor, rechters.

Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2023 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier en door hen ondertekend.

de griffier de oudste rechter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.