Civiel recht overig

Wrakingsverzoek. Niet-ontvankelijkverklaring. Het wrakingsverzoek is door verzoeker gemaild nadat de rechter…

Rechtbank Rotterdam, 13 december 2024

Zaakgegevens

Op 13 december 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
13 december 2024
Datum publicatie
16 december 2024
Zaaknummer
C/10/690558 / HA RK 24-1113
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:12662
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wrakingsverzoek. Niet-ontvankelijkverklaring. Het wrakingsverzoek is door verzoeker gemaild nadat de rechter in de hoofdzaak een einduitspraak had gedaan. Hieruit volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van de rechter.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Wrakingskamer

zaak- en rekestnummer: C/10/690558 / HA RK 24-1113

Beslissing van 13 december 2024

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van

mr. J.C. Halk,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

1.1.

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de civiele zaak met zaak- en rolnummer 11238148 CV EXPL 24-3445 (‘de hoofdzaak’). De hoofdzaak betreft een geschil tussen Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. als eisende partij en verzoeker als gedaagde partij. Het dossier van de hoofdzaak is ter beschikking gesteld aan de wrakingskamer.

1.2.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoeker van 1 december 2024.

2 De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.

Wraking is een middel voor de verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.

2.2.

Op 14 november 2024 heeft de rechter in de hiervoor omschreven procedure (bij vervroeging) vonnis gewezen. Dat vonnis is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd.

2.3.

Het wrakingsverzoek is op 1 december 2024 door verzoeker gemaild en op die dag door de rechtbank ontvangen. Dat is dus nadat de rechter in de hoofdzaak een einduitspraak had gedaan. Hieruit volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van de rechter. Verzoeker zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 8, lid 2, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels, voorzitter, mr. W.J.M. Diekman en mr. A. Verweij, rechters, in aanwezigheid van mr. R.W.H. van Rijkom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2024.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.