Civiel recht overig

Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. Het wrakingsverzoek van verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard omdat…

Rechtbank Rotterdam, 27 mei 2025

Zaakgegevens

Op 27 mei 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
27 mei 2025
Datum publicatie
13 oktober 2025
Zaaknummer
C/10/699978 / HA RK 25-493
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:11826
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. Het wrakingsverzoek van verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen specifieke rechters bij naam heeft genoemd en ook geen concrete feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die wijzen op partijdigheid. Daardoor kan niet worden beoordeeld of het verzoek op tijd en terecht is ingediend. Bovendien is er geen reden voor een mondelinge behandeling, omdat er geen inhoudelijke gronden zijn om over te discussiëren.

Uitspraak

beslissing

[afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK ROTTERDAM

Wrakingskamer

zaaknummer: C/10/699978 / HA RK 25-493

Beslissing van 27 mei 2025

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats]

hierna te noemen: verzoekster strekkende tot de wraking van

de rechters die betrokken zijn (geweest) bij de ondertoezichtstelling van haar drie

kinderen.

1 De procedure

Het verzoek van verzoekster strekt tot wraking van de rechters die betrokken zijn (geweest) bij de ondertoezichtstelling van haar kinderen [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] .

2 De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.

Verzoekster richt haar wrakingsverzoek niet tegen concreet bij naam genoemde rechters. Alleen al om die reden kan verzoekster niet in haar wrakingsverzoek worden ontvangen. Aangezien zij ook geen concrete feiten of omstandigheden noemt waaruit (de objectief gerechtvaardigde vrees van) vooringenomenheid tegenover haar zou moeten blijken, kan bovendien niet worden vastgesteld of het wrakingsverzoek op tijd is ingediend en of zich feiten en/of omstandigheden hebben voorgedaan die (de objectief gerechtvaardigde vrees van) vooringenomenheid tegenover haar zouden kunnen wekken. Uit het informatiesysteem van de rechtbank blijkt dat er momenteel binnen team Jeugd een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de drie kinderen van verzoekster loopt. Dat verzoek is op een pro-forma zitting behandeld door rechter mr. M.A. van der Laan-Kuijt en zal op 2 juni 2025 inhoudelijk worden behandeld door rechter mr. A.L. Pöll. Voor zover dit wrakingsverzoek tegen hen (of een van hen) is gericht, geldt ook daarvoor dat in het verzoek geen gronden met daarin concrete feiten of omstandigheden zijn aangevoerd waaruit vooringenomenheid van deze rechters (of één van hen) blijkt of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor zijn af te leiden.

2.2.

Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Bij gebreke van gronden wordt aan dat debat niet toegekomen en kan de mondelinge behandeling achterwege blijven.

2.3.

Gelet op het voorgaande is verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking van de rechters. Op grond van artikel 8, lid 2, aanhef en onder c, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank zal verzoekster daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.

3 De beslissing

De rechtbank:

verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels, voorzitter, mr. J.F. Koekebakker en mr. S.C.C. Hes-Sakkeren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Jallal, griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2025.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.