Civiel recht overig

N-ontvankelijk, er is al een einduitspraak

Rechtbank Rotterdam, 17 april 2025

Zaakgegevens

Op 17 april 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
17 april 2025
Datum publicatie
17 april 2025
Zaaknummer
C/10 /697234 HA RK 25-316
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:4673
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

N-ontvankelijk, er is al een einduitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Wrakingskamer

zaaknummer: C/10/697234 / HA RK 25-316

Beslissing van 17 april 2025

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoekster],

wonende te Hoogvliet,

hierna te noemen: verzoekster,

procederend in persoon,

strekkende tot de wraking van

mr. E.J. Rutten,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

1.1.

Het verzoek van verzoekster strekt tot wraking van de rechter in de bestuurszaak met nummer ROT 25/1476 (hierna: de hoofdzaak). De hoofdzaak betreft een geschil tussen verzoekster en de Korpschef van Politie. Het dossier van de hoofdzaak is ter beschikking gesteld van de wrakingskamer.

1.2.

Het verloop van de procedure blijkt verder uit:

- het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoekster van 1 april 2025.

2 De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.

Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.

2.2.

Op 26 maart 2025 heeft de rechter in de hiervoor omschreven procedure een uitspraak gedaan. Die uitspraak is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd.

2.3.

Het wrakingsverzoek is op 1 april 2025 door de rechtbank ontvangen. Dat is dus nadat de rechter in de hoofdzaak een einduitspraak heeft gedaan. Hieruit volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan. Verzoekster is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van de rechter. Verzoekster zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 8, lid 2, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.

3 De beslissing

De rechtbank:

verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, en mr. J. van den Bos en mr. K.A. Baggerman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.C.C. Kan, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2025.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.