Civiel recht overig
verzoeker niet -ontvankelijk, wrakingsverbod
Rechtbank Rotterdam, 26 juni 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:7825 · Rechtbank Rotterdam · 26 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbrot-2026-7825
Zaakgegevens
Op 26 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 26 juni 2026
- Datum publicatie
- 2 juli 2026
- Zaaknummer
- C/10/721709/ HA RK 26-585
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:7825
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
verzoeker niet -ontvankelijk, wrakingsverbod
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Wrakingskamer
zaaknummer: C/10/721709 / HA RK 26-585
Beslissing van 26 juni 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mrs. F. Aukema-Hartog, C. Sikkel en J. van Dort,
rechters in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechters.
1 De procedure
Verzoeker heeft op 3 juni 2026 een wrakingsverzoek, gedateerd 28 mei 2026, bij de wrakingskamer ingediend (hierna: het eerste wrakingsverzoek). Het verzoek strekte tot wraking van mr. V.F. Milders, de rechter in de kantonzaak met nummer 11633778 CV EXPL 25-8754. Die zaak betreft een geschil tussen [naam ziektekostenverzekeraar] als eiseres en verzoeker als gedaagde.
Het onder 1.1. omschreven wrakingsverzoek is bij de rechtbank geregistreerd en behandeld onder kenmerk C/10/720856 / HA RK 26-522. Bij beslissing van 15 juni 2026 heeft de wrakingskamer van deze rechtbank het verzoek van verzoeker tot wraking van rechter mr. Milders afgewezen. Deze beslissing is per e-mailbericht van 15 juni 2026 om 13:36 uur aan verzoeker verzonden.
Bij e-mailbericht van 15 juni 2026 om 17:50 uur heeft verzoeker wraking verzocht van de wrakingskamer (hierna: het tweede wrakingsverzoek). Per e-mailbericht van 16 juni 2026 heeft verzoeker zijn verzoek nader toegelicht. Per mail van 17 juni 2026 heeft verzoeker zijn wrakingsverzoek gehandhaafd.
Aan de wrakingskamer zijn ter beschikking gesteld de dossiers die ten grondslag liggen aan de hiervoor onder 1.1 en 1.2. genoemde procedures.
2 De ontvankelijkheid van het verzoek
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Het middel is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
Op 15 juni 2026 hebben de rechters van de wrakingskamer in de hiervoor omschreven wrakingsprocedure met kenmerk C/10/720856 / HA RK 26-522 een uitspraak gedaan. Die uitspraak was een einduitspraak op het eerste wrakingsverzoek. Daarmee is de behandeling van de wrakingszaak door die rechters geëindigd. De uitspraak is in het openbaar gedaan en is vervolgens per e-mailbericht van 15 juni 2026 om 13.36 uur aan verzoeker verzonden.
De rechtbank heeft het tweede wrakingsverzoek op 15 juni 2026 om 17.50 uur ontvangen. Het is dus ingediend nadat de rechters van de wrakingskamer hun einduitspraak hebben gedaan op het eerste wrakingsverzoek. Hieruit volgt dat de rechters de zaak niet meer behandelden op het moment dat het tweede wrakingsverzoek werd ingediend. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in dat verzoek. Met toepassing van artikel 39, derde lid, Rv en artikel 8, lid 2, aanhef en onder d van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank, wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard zonder dat de zaak op een zitting wordt behandeld.
Wrakingsverbod
Verzoeker heeft in korte tijd twee wrakingsverzoeken gedaan die niet in behandeling kunnen worden genomen. Ondanks dat de algemeen secretaris van de wrakingskamer verzoeker beide keren heeft uitgelegd waarom zijn verzoeken niet in behandeling konden worden genomen, heeft verzoeker zijn verzoeken gehandhaafd. Naar het oordeel van de wrakingskamer gebruikt verzoeker het middel van wraking op deze manier voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven, namelijk om uiteindelijk het vonnis van mr. Milders aan te tasten. Aldus is sprake van misbruik. De rechtbank bepaalt daarom dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in of in verband met de onder 1.1 en 1.2. genoemde zaken of in verband met de zaak waar deze beslissing op ziet niet meer in behandeling zal worden genomen.
3 De beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van de rechters;
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in of in verband met de zaak met kenmerk 11633778 CV EXPL 25-8754, de zaak met kenmerk C/10/720856 / HA RK 26-522 of de zaak waar deze beslissing op ziet niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven door mr. drs. J. van den Bos, voorzitter, en mr. J.F. Koekebakker en mr. K.A. Baggerman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.C.C. Kan, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.