Civiel recht overig
Wrakingsverzoek. Niet-ontvankelijk. Verzoek is ontvangen nadat de rechter in de hoofdzaak een einduitspraak…
Rechtbank Rotterdam, 15 juni 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:7843 · Rechtbank Rotterdam · 15 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbrot-2026-7843
Zaakgegevens
Op 15 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 15 juni 2026
- Datum publicatie
- 3 juli 2026
- Zaaknummer
- C/10/720856 / HA RK 26-522
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:7843
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingsverzoek. Niet-ontvankelijk. Verzoek is ontvangen nadat de rechter in de hoofdzaak een einduitspraak had gedaan.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/10/720856 / HA RK 26-522
Beslissing van 15 juni 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. V.F. Milders,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1 De procedure
Verzoeker heeft op 3 juni 2026 een wrakingsverzoek, gedateerd 28 mei 2026, bij de wrakingskamer ingediend. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de kantonzaak met nummer 11633778 CV EXPL 25-8754. Die zaak betreft een geschil tussen ONVZ Ziektekostenverzekeraar N.V. als eiseres en verzoeker als gedaagde.
2 De ontvankelijkheid van het verzoek
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
Op 6 maart 2026 heeft de rechter in de in 1.1. genoemde zaak vonnis gewezen. Dat vonnis is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd.
Het wrakingsverzoek is op 3 juni 2026 door de wrakingskamer ontvangen. Dat is nadat de rechter in de hoofdzaak een einduitspraak had gedaan. Hieruit volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking werd gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van de rechter. Met toepassing van artikel 8 lid 2 aanhef en onder d van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard zonder dat de zaak op een zitting wordt behandeld.
3 De beslissing
De wrakingskamer
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. F. Aukema-Hartog, voorzitter, mr. C. Sikkel en mr. J. van Dort, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Elenbaas, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.