Insolventierecht
WHOA zaak. Vaststellen aanvullend budget herstructureringsdeskundige
Rechtbank Rotterdam, 5 december 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:12087 · Rechtbank Rotterdam · 5 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbrot-2022-12087
Zaakgegevens
Op 5 december 2022 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 5 december 2022
- Datum publicatie
- 13 april 2023
- Zaaknummer
- 647020 HO RK 22/498 e.a.
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- Advocaat
- mrs. S.W. van den Berg en J.F. Fliek
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2022:12087
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
WHOA zaak. Vaststellen aanvullend budget herstructureringsdeskundige
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Insolventies – meervoudige kamer
Vaststellen aanvullend budget herstructureringsdeskundige
rekestnummer: 647020 HO RK 22/498 e.a.
uitspraakdatum: 5 december 2022
beschikking in de besloten akkoordprocedure betreffende:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[schuldenaar 1] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[schuldenaar 2] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[schuldenaar 3] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[schuldenaar 4]
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[schuldenaar 5] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[schuldenaar 6] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[schuldenaar 7] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna gezamenlijk aan te duiden als [de schuldenarengroep] ,
advocaat: mrs. S.W. van den Berg en J.F. Fliek, kantoorhoudende te Amsterdam.
1 De procedure
[de schuldenarengroep] heeft op 29 april 2022 ter griffie van deze rechtbank startverklaringen als bedoeld in artikel 370 lid 3 van de Faillissementswet (Fw) gedeponeerd.
In de openingsbeslissing van 25 mei 2022 zijn de bevoegdheid van deze rechtbank en de keuze voor een besloten akkoordprocedure vastgesteld.
De rechtbank heeft bij beschikking van 6 juli 2022 mr. M. Windt als herstructureringsdeskundige aangewezen. De rechtbank heeft bij beschikking van 15 juli 2022 het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten vastgesteld op € 64.100,-- exclusief BTW. Dit bedrag heeft de rechtbank bij beschikking van 14 september 2022 verhoogd tot € 184.100,-- exclusief BTW.
In zijn verzoekschrift van 31 oktober 2022 heeft de herstructureringsdeskundige de voortgang in de akkoordprocedure weergegeven. De herstructureringsdeskundige heeft daarbij zijn werkzaamheden tot en met december 2022 geschetst en begroot. En de herstructureringsdeskundige heeft de rechtbank verzocht het budget voor de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden die door hem worden geraadpleegd te verhogen met € 152.900,--.
De herstructureringsdeskundige heeft de rechtbank geïnformeerd dat [de schuldenarengroep] met het verzoek akkoord is.
2 De beoordeling
De rechtbank dient op grond van artikel 371 lid 10 Fw het bedrag vast te stellen dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten. Dit bedrag kan nadien worden verhoogd. De door de herstructureringsdeskundige gegeven begroting komt de rechtbank niet onredelijk voor. Nu er van de zijde van de [de schuldenarengroep] evenmin bezwaren naar voren zijn gebracht zal de rechtbank het budget dienovereenkomstig verhogen. Gelijk in de beslissing van 6 juli 2022 is bepaald, komen voornoemde kosten ten laste van alle verzoeksters en zal de rechtbank bepalen dat voor zover een van de verzoeksters meer betaalt dan waartoe zij is verbonden, dit wordt aangemerkt als betaling mede namens de andere verzoeksters.
3 De beslissing
De rechtbank:
- bepaalt dat het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten wordt verhoogd tot € 337.000,-- exclusief BTW;
- bepaalt dat voornoemde kosten ten laste van [de schuldenarengroep] komen, en dat [de schuldenarengroep] voor de betaling daarvan ten genoegen van de herstructureringsdeskundige zekerheid dient te stellen, waarbij betaling door een van de verzoeksters boven het bedrag dat die verzoekster aangaat, wordt aangemerkt als betaling mede namens de andere verzoeksters.
Deze beslissing is gegeven door mr. F. Damsteegt, voorzitter, mr. R.P. van Eerde en mr. P.J. Neijt, rechters, en in aanwezigheid van mr. J.B. Biezen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 5 december 2022.