Verbintenissenrecht

Beschikking. De rechtbank bepaalt dat het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden aangevuld en…

Rechtbank Rotterdam, 16 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 16 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
16 oktober 2026
Datum publicatie
20 oktober 2026
Zaaknummer
C/10/661453/ HA ZA 23-573
Procedure
Beschikking
Advocaat
mr. H.M.J. van den Hurk
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:14401
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beschikking. De rechtbank bepaalt dat het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden aangevuld en dat partijen hiervan ieder de helft moeten betalen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Zaaknummer: C/10/661453 / HA ZA 23-573

Beschikking van 16 oktober 2026

in de zaak van

[eiseres] ,

te [woonplaats 1],

eiseres,

advocaat: mr. H.M.J. van den Hurk,

tegen

1 [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats 2],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 2] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 1],

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 3] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 2],

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 4] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 3],

advocaat mr. C.N.M. Schep te Oud-Beijerland.

Hierna zal eiseres als de vrouw worden aangeduid en gedaagde 1 als de man. Gedaagde 2 wordt aangeduid als de [gedaagde 2], gedaagde 3 als de [gedaagde 3], en gedaagde 4 als de [gedaagde 4] De vier gedaagden gezamenlijk worden als [gedaagden] aangeduid.

1 De procedure en verdere beoordeling

1.1.

Bij tussenvonnis van 2 juli 2025 is [deskundige] (hierna: [deskundige] of de deskundige) benoemd tot deskundige. Het voorschot van de deskundige is daarbij vastgesteld op het door hem begrote bedrag van € 15.480,- (inclusief btw).

1.2.

Daaraan ging vooraf dat een eerder benaderde deskundige niet bereid was gebleken om te rapporteren. De deskundige die daarna door de rechtbank benaderd is, schatte in dat hij minimaal 54 uur nodig had en maximaal 82 uur. Dat aantal uren vond de vrouw te veel en het tarief van deze deskundige te hoog. Zij stelde toen [deskundige] voor, en zij stuurde een begroting mee van 45 uur waarbij [deskundige] aangaf dat het 15 % kon afwijken naar boven of naar beneden en dat de bijbehorende prijs met inbegrip van 15 % extra uitkwam op de € 15.480,- (inclusief btw).

1.3.

[deskundige] heeft bij e-mail van 11 augustus 2026 verzocht om een aanvullend voorschot van € 7.981,80 (inclusief btw). Hij vermeldde daarbij dat hij op 10 augustus 2026 het voorschot van € 15.480,- had bereikt en dat hij schat nog maximaal 28 uur extra nodig te hebben tegen een tarief van € 235,- per uur, exclusief btw en desgewenst de urenspecificatie kan toezenden.

1.4.

Partijen hebben de gelegenheid gekregen om op het verzoek van de deskundige te reageren.

1.5.

De vrouw heeft bij e-mails van 24 augustus 2026 laten weten dat zij graag een overzicht van de reeds bestede uren wilde ontvangen en, later die dag, dat zij niet akkoord kan gaan met de hoogte van het aanvullende voorschot omdat de deskundige eerder had aangegeven dat er mogelijk een afwijking van 15 % kon zijn en het verzochte aanvullende voorschot aanzienlijk hoger is.

1.6.

[gedaagden] hebben bij e-mail van 24 augustus 2026 laten weten op het punt van de redelijkheid een voorbehoud te maken en de extra kosten te (moeten) accepteren omdat het rapport nodig is om tot een uitspraak in de procedure te komen.

1.7.

De deskundige heeft bij e-mail van 8 september 2026 zijn urenspecificatie toegezonden en toegelicht dat er niet-voorziene tijd is besteed, enerzijds omdat hij veel meer tijd moest besteden dan vooraf begroot om de juiste gegevens te verkrijgen en het dossier veel lijviger van omvang was dan bij aanvang verwacht, en anderzijds omdat hij tussentijds een aantal e-mails met bevindingen van partijen heeft ontvangen die niet vooraf waren voorzien.

1.8.

Partijen hebben de gelegenheid gekregen om op de specificatie en nadere toelichting van de deskundige te reageren.

1.9.

De vrouw heeft bij e-mail van 15 september 2026 haar bezwaren gehandhaafd.

1.10.

[gedaagden] hebben bij e-mail van 16 september 2026 geschreven dat de opdracht aan de deskundige te ruim geformuleerd was, waardoor de kostenoverschrijding mede is ontstaan, en dat [gedaagden] hadden aangedrongen op een veel beperktere opdracht en dat het een tussenoplossing is dat de deskundige een rapport aan partijen verstrekt in de stand waarin het zich nu bevindt.

1.11.

De vrouw heeft hierop bij e-mail van 16 september 2026 laten weten dat de rechtbank noch partijen iets hebben aan een onvolledig rapport en dat het daarom de voorkeur heeft dat het rapport wordt afgerond.

1.12.

De rechtbank beoordeelt het als noodzakelijk dat het rapport wordt afgerond en zal het gevraagde aanvullende voorschot toekennen. De rechtbank licht dit als volgt toe.

1.13.

Het tussenvonnis waarin de deskundige benoemd werd was van 2 juli 2025. Partijen hebben niet betwist dat het veel tijd heeft gekost voordat de deskundige de juiste gegevens verkregen had - zoals hij schreef in zijn e-mail aan de rechtbank van 23 februari 2026 - en de deskundige kon de omvang van het dossier niet weten toen hij zijn kostenbegroting opstelde.

Aannemelijk is dus dat het bestuderen van informatie en het beantwoorden van de vragen van de deskundige meer tijd heeft gevergd dan hij aanvankelijk kon inschatten. Het procesdossier is omvangrijk en ook met het reageren door de deskundige op e-mails van partijen is tijd gemoeid.

1.14.

De rechtbank gaat voorbij aan de suggestie van [gedaagden] dat de deskundige een rapport verstrekt in de stand waarin het zich nu bevindt. Zoals de vrouw terecht naar voren brengt, kunnen partijen noch de rechtbank verder met een niet-afgeronde deskundigenrapportage.

1.15.

Zoals in het tussenvonnis van 2 juli 2025 is overwogen zal de schadeloosstelling voor de kosten en het loon van de deskundige nog worden vastgesteld na ontvangst van zijn definitieve rapport en zijn declaratie met urenspecificatie en nadat partijen zich over die declaratie hebben kunnen uitlaten. De rechtbank zal dat dan beoordelen.

1.16.

Voor de begroting van zijn aanvullende voorschot geldt dat de rechtbank deze als redelijk beoordeelt en die begroting zal volgen. De deskundige schat in nog maximaal 28 uur extra nodig te hebben. Het is juist dat de deskundige reeds de 15 % aan extra uren heeft besteed bovenop de 45 uren die hij heeft genoemd. 45 uren + 15 % extra uren is bijna 52 uur (51,75). Met nog eens 28 uur extra komt dit uit op bijna 80 uur (79,75). Dat wijkt dus niet ver af van de begroting van de eerst benaderde mogelijke deskundige, die uitkwam op maximaal 82 uur (zie hiervoor onder 1.2).

1.17.

De vrouw en [gedaagden] dienen het aanvullende voorschot ieder voor de helft te voldoen.

2 De beslissing

De rechtbank

2.1.

bepaalt dat het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden aangevuld met € 7.981,80 (inclusief btw),

2.2.

bepaalt dat de vrouw en [gedaagden] ieder de helft (dus € 3.990,90) van het onder 2.1. vermelde bedrag dienen over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

2.3.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van de aanvulling op het voorschot.

Deze beschikking is gewezen door mr. M. de Geus en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2026.

3246/ 638