Strafprocesrecht
Wrakingsverzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid afgewezen. Bij beslissing van 22 augustus 2017 heeft…
ECLI:NL:RBROT:2017:8581 · Rechtbank Rotterdam · 26 september 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafprocesrecht/wraking/ecli-nl-rbrot-2017-8581
Zaakgegevens
Op 26 september 2017 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 26 september 2017
- Datum publicatie
- 6 november 2017
- Zaaknummer
- 535366 / HA RK 17-854
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafprocesrecht
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2017:8581
Samenvatting
Wrakingsverzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid afgewezen. Bij beslissing van 22 augustus 2017 heeft de rechter in de procedure ten aanzien van het verzoek van de verdachte tot opheffing dan wel schorsing van zijn voorlopige hechtenis een beslissing gegeven. Die beslissing is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd. Het wrakingsverzoek is op 14 september 2017 en derhalve na de uitspraak van voormelde beslissing ingediend.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Zaaknummer / rekestnummer: 535366 / HA RK 17-854
Beslissing van 26 september 2017
op het verzoek van
[naam verzoekster] ,
wonende op een geheim adres,
verzoekster,
advocaat mr. P.C. Schouten te Breda,
strekkende tot wraking van:
mr. E.M. Havik, rechter in de rechtbank Rotterdam, team straf 1 (hierna: de rechter).
1 Het procesverloop en de processtukken
De rechter heeft op 22 augustus 2017 in raadkamer van deze rechtbank gehoord de verdachte [naam verdachte] naar aanleiding van diens verzoek tot opheffing dan wel schorsing van diens voorlopige hechtenis, waarna de rechter bij beslissing van diezelfde dag de voorlopige hechtenis van de verdachte heeft geschorst.
De strafzaak tegen deze verdachte heeft als parketnummer 10/681111-17.
Bij brief van 14 september 2017 heeft de advocaat van verzoekster wraking van de rechter verzocht.
De wrakingskamer heeft kennis genomen van:
-
het verzoekschrift van de genoemde verdachte tot opheffing dan wel schorsing van diens voorlopige hechtenis;
-
het proces-verbaal van het verhoor van die verdachte in raadkamer op 22 augustus 2017;
-
de beslissing van de rechter van 22 augustus 2017;
-
de brief van 15 september 2017 van de griffier aan de advocaat van verzoekster;
-
de brief van 19 september 2017 van de advocaat van verzoekster aan de wrakingskamer.
2 De ontvankelijkheid van het verzoek
2.1
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
2.2
Bij de beslissing van 22 augustus 2017 heeft de rechter in de procedure ten aanzien van het verzoek van de verdachte tot opheffing dan wel schorsing van zijn voorlopige hechtenis een beslissing gegeven. Die beslissing is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd.
2.3
Het wrakingsverzoek is op 14 september 2017 en derhalve na de uitspraak van voormelde beslissing ingediend.
Uit het vorenstaande volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan. Verzoekster is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking van de rechter. Het verzoek zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 9.1 van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank, zonder behandeling ter zitting worden afgewezen.
3 De beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot wraking van mr. E.M. Havik wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid af.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.R. Roukema, voorzitter, mr. J.A.M.J. Janssen-Timmermans en mr. A. Buizer, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2017 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.
Verzonden op:
aan:
- mr. P.C. Schouten
- mr. E.M. Havik
- mr. E. Baars