Strafrecht overig

persoon verdacht van op grote schaal witwassen in bewaring gesteld; beroep op art. 67a lid 3 Sv afgewezen…

Rechtbank Rotterdam, 5 juni 2026

Zaakgegevens

Op 5 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
5 juni 2026
Datum publicatie
9 juni 2026
Zaaknummer
71-152354-26
Procedure
Beslissing RC
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:6685
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

persoon verdacht van op grote schaal witwassen in bewaring gesteld; beroep op art. 67a lid 3 Sv afgewezen; ernstige bezwaren en gronden aanwezig geacht; geen reden om reeds op dit moment rekening te houden met procesafspraken; schorsingsverzoek afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

rechter-commissaris in strafzaken

zittingsplaats Rotterdam

parketnummer : 71-152354-26

rc-nummer : 26-006514

datum : 5 juni 2026

bevel bewaring

(artikel 63 Wetboek van Strafvordering)

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats]

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande

Raadsman mr. G.N. Weski

Procedure

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechter-commissaris een bevel tot bewaring van de verdachte zal verlenen.

De verdachte is op de vordering gehoord. De raadsman is in de gelegenheid gesteld de nodige opmerkingen te maken.

Beoordeling

feit waarvoor voorlopige hechtenis kan worden bevolen

Er is sprake van verdenking van een feit waarvoor voorlopige hechtenis kan worden bevolen.

het beroep op artikel 67a lid 3 Sv

Hoewel de tijd in uitleveringsdetentie doorgebracht wordt meegenomen bij het bepalen van de duur van het voorarrest ziet de rechter-commissaris op dit moment geen aanleiding om te komen tot een afwijzing vanwege de duur daarvan en een mogelijk op te leggen gevangenisstraf. Dit vanwege de ernst van de verdenking. Het beroep wordt daarmee verworpen.

ernstige bezwaren
Uit de stukken blijkt van ernstige bezwaren tegen de verdachte dat deze het strafbare feit vermeld in de vordering heeft gepleegd.

Uit het dossier blijken voldoende ernstige bezwaren ten aanzien van het door verdachte medeplegen van gewoontewitwassen in de periode van 11 mei tot en met 30 augustus 2020, in het bijzonder dat hij betrokken is geweest bij:

  • de overdracht van € 10.160.000 als betaling voor 197 goudstaven van 1 kg (relaas p-v pag. 9-10, “Vermogensbestanddelen” onder 2), alsmede de overdracht van € 4.000.000 als betaling voor 80 kg goud (relaas p-v pag. 11, “Vermogensbestanddelen” onder 7);

  • de overdracht op verschillende data van meerdere (kostbare) horloges (relaas p-v pag. 10-11, “Vermogensbestanddelen” onder 4, 5 en 6);

  • de overdracht van € 1.500.000 (relaas p-v pag. 12, “Vermogensbestanddelen” onder 8);

  • de overdracht van 97 certificaten vermoedelijk behorend bij een aantal goudstaven (relaas p-v pag. 12, “Vermogensbestanddelen” onder 9),

waarbij deze overdrachten hebben plaatsgevonden ten behoeve van (de door) zijn broer [naam] (aangestuurde criminele organisatie).

Daarbij is het naar het oordeel van de rechter-commissaris niet van belang of verdachte het goud wel of niet in zijn beschikkingsmacht heeft gehad. Op dit moment is voldoende dat gebleken is van een betrokkenheid van verdachte bij transacties waarbij goud betrokken was.

Voorts is voldoende duidelijk geworden dat verdachte betrokken is geweest bij transacties waarbij meerdere (kostbare) horloges waren betrokken.

Omdat verdachte tot dit moment ten aanzien van de feiten heeft gezwegen kan de rechter-commissaris geen rekening houden met een andere dan criminele betrokkenheid bij bovenstaande overdrachten.

In dit kader is overigens vooralsnog voldoende vast komen te staan dat verdachte de gebruiker is van de SkyECC-accounts [account 1], [account 2] en [account 3], alsmede dat hij door broer [naam] ook wordt aangeduid met de bijnaam “[bijnaam]” (relaas p-v pag. 5-8 onder “Identificatie [verdachte] = gebruiker Sky accounts [account 1], [account 2] en [account 3]”).

gronden
Uit bepaalde gedragingen van de verdachte of uit bepaalde omstandigheden die de verdachte persoonlijk betreffen, blijkt van ernstig gevaar voor vlucht.

Verdachte heeft in Nederland geen vaste woon en/of verblijfplaats. Sinds 8 à 9 jaar staat verdachte niet meer ingeschreven in Nederland en was zijn verblijfplaats bij de Nederlandse politiële en justitiële autoriteiten onbekend. Verdachte heeft gedurende lange tijd verbleven in het buitenland en was buiten het bereik van de Nederlandse autoriteiten. Verdachte is uiteindelijk uitgeleverd na in uitleveringsdetentie in Turkije te hebben gezeten. Uit het dossier blijkt dat in de woning van de zus van verdachte een vals paspoort is aangetroffen met de foto van verdachte. Verdachte heeft reële mogelijkheden om heimelijk het land te verlaten, er moet daarom ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte zich aan zijn berechting zal onttrekken.

Uit bepaalde omstandigheden blijkt van een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid die de onverwijlde vrijheidsbeneming van de verdachte vordert.

Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld.

Verdachte wordt verdacht van gewoontewitwassen van criminele winsten verdiend door de organisatie van zijn broer [naam]. Laatstgenoemde is veroordeeld maar tot op heden voortvluchtig. Er moet rekening mee worden gehouden dat de organisatie van de broer zich nog steeds bezig houdt met het plegen van strafbare feiten. Nu de organisatie waar verdachte vermoedelijk voor heeft witgewassen nog doorgaat kan niet worden uitgesloten dat verdachte in vrijheid wederom strafbare feiten zal plegen. Hij heeft geen bekende legale inkomsten en omdat het feit waar hij van wordt verdacht winstgevend van aard is maakt dit dat het recidiverisico wordt verhoogd.

Procesafspraken?

Mogelijk komen er in de toekomst procesafspraken tot stand tussen verdachte en het openbaar ministerie. Dat is echter nu nog niet het geval, zodat met eventuele procesafspraken geen rekening kan worden gehouden bij enige in het kader van de voorlopige hechtenis door de rechter-commissaris te nemen beslissing.

De rechter-commissaris heeft gelet op de volgende wetsartikelen:

63, 64, 67, 67a en 78 van het Wetboek van Strafvordering en SR 47/1/1, SR 420QUATR/1/B, SR 420BIS/1/B, SR 420TER/1, SR 420BIS/1/A, SR 420QUATR/1/A

Beslissing

De rechter-commissaris:

verleent een bevel tot bewaring van de verdachte voor een termijn van veertien dagen.

Dit bevel is op 5 juni 2026 verleend door mr. G.A.F.M. Wouters, rechter-commissaris.