Strafrecht overig
Veroordeling voor schuldaanranding door de aangeefster in een café onverhoeds onder haar jurk te betasten…
Rechtbank Rotterdam, 29 mei 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:6808 · Rechtbank Rotterdam · 29 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-6808
Zaakgegevens
Op 29 mei 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 29 mei 2026
- Datum publicatie
- 12 juni 2026
- Zaaknummer
- 10-246064-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:6808
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling voor schuldaanranding door de aangeefster in een café onverhoeds onder haar jurk te betasten. Oplegging van een voorwaardelijke taakstraf van 20 uur.
Gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij voor 500 euro aan immateriële schade, met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf
Parketnummer: 10-246064-25
Datum uitspraak: 29 mei 2026
Tegenspraak
Vonnis van de politierechter van de rechtbank Rotterdam, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] [postcode] [plaatsnaam],
raadsvrouw mr. I.S. van Leeuwen, advocaat te Rotterdam.
1 Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 15 mei 2026.
2 Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3 Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. H.G. Egter van Wissekerke heeft gevorderd:
-
vrijspraak van het primair ten laste gelegde (opzetaanranding);
-
bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde (schuldaanranding);
-
veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 uur met aftrek van voorarrest.
4 Waardering van het bewijs
Vrijspraak zonder nadere motivering van het primair ten laste gelegde
Met de officier van justitie en de verdediging is de politierechter van oordeel dat het primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
Bewijswaardering van het subsidiair tenlastegelegde
Standpunt verdediging
De verdediging heeft naar voren gebracht dat de verklaring van de aangeefster bij de rechter-commissaris sterk afwijkt van haar aangifte, waardoor haar verklaringen onvoldoende betrouwbaar zijn om te betrekken bij het bewijs. De verdachte dient om die reden te worden vrijgesproken. Voor zover de politierechter deze verklaringen wel betrouwbaar acht, kan slechts worden bewezen dat de verdachte de aangeefster éénmaal onder haar jurk heeft betast. Ook in dat geval dient echter vrijspraak te volgen, omdat de verdachte geen ernstige reden had om te vermoeden dat de aangeefster niet op deze manier aangeraakt wilde worden.
Beoordeling
De politierechter stelt met de verdediging en de officier van justitie vast dat de verklaring van de aangeefster bij de rechter-commissaris op onderdelen afwijkt van haar aangifte van enkele maanden daarvoor. Dit leidt echter niet tot de conclusie dat deze verklaringen als onbetrouwbaar terzijde moeten worden geschoven, nu deze op kernpunten met elkaar overeenkomen. Kern van het verwijt is dat de verdachte de aangeefster op seksuele wijze onder haar jurk zou hebben aangeraakt, terwijl zij hiervan niet gediend was. De politierechter gaat uit van haar verklaring bij de rechter-commissaris en stelt op basis daarvan vast dat de verdachte de aangeefster éénmaal onder haar jurk, in haar schaamstreek heeft betast.
Ter beoordeling staat of de verdachte had moeten vermoeden dat bij de aangeefster de wil ontbrak om op deze manier aangeraakt te worden. De verdediging heeft aangevoerd dat de aangeefster en de verdachte elkaar al enige tijd kenden en dat de aangeefster hem in de maanden voor het tenlastegelegde verschillende erotische getinte berichten zou hebben gestuurd, alsmede een filmpje waarop zij zoenend met een vriendin te zien is. Ook zou de verdachte, op haar verzoek, de aangeefster eenmaal een erotische massage hebben gegeven. In het dossier bevinden zich sms-berichten van de aangeefster die over deze massage zouden gaan, alsmede het bedoelde filmpje. Volgens de verdediging had de verdachte tegen deze achtergrond geen reden om te vermoeden dat de wil tot seksuele aanraking bij de aangeefster ontbrak.
De politierechter verwerpt dit verweer. Uit de verklaringen van de aangeefster en van de verdachte blijkt dat zij die avond weinig contact hebben gehad en vrijwel niet met elkaar hebben gepraat, totdat hij haar, zonder verdere aanleiding, onder haar jurk betastte. De politierechter ziet deze handeling daarom als een onverhoedse aanraking waarop de aangeefster kennelijk niet bedacht was. In deze context had de verdachte zich er eerst van moeten vergewissen of een dergelijke aanraking, zoals hij meende, door de aangeefster inderdaad gewenst was. Hij had naar het oordeel van de politierechter aldus kunnen en moeten voorzien dat de aangeefster deze aanraking niet wilde en wat de impact hiervan op haar zou zijn. De verdachte heeft zich hierin verwijtbaar vergist, waardoor schuldaanranding wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op of omstreeks 2 augustus 2025 te Dordrecht
met een persoon, te weten [slachtoffer]
een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
het betasten van haar vulva en/of vagina, althans haar schaamstreek
terwijl hij wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer]
daartoe de wil ontbrak;
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.
5 Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op: schuldaanranding
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.
6 Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
7 Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het ongewenst op seksuele wijze aanraken van de aangeefster. De aangeefster heeft hier veel last van gehad. Hoewel de verdachte ontkent hierbij verkeerde intenties te hebben gehad, worden de gevolgen van zijn onverhoeds handelen hem aangerekend.
Vanwege hun sterk uiteenlopende beleving van hetgeen er is voorgevallen, heeft de politierechter ter zitting de behandeling aangehouden en partijen een week bedenktijd gegeven om een standpunt te bepalen over de mogelijkheid om onder professionele begeleiding met elkaar in gesprek te gaan in het kader van een mediationtraject. Ook een passende schadevergoeding zou in dat kader verder besproken kunnen worden.
De aangeefster heeft de politierechter enkele dagen na de zitting via haar advocaat bericht dat zij op dit moment niet openstaat voor herstelbemiddeling vanwege ernstige spanning die dit naar verwachting bij haar zou oproepen. De verdachte heeft eveneens via zijn advocaat laten weten dat hij graag in gesprek zou willen met de aangeefster, maar uiteraard haar standpunt ten aanzien van het mediationvoorstel respecteert.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 februari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
Rapportages
Reclassering Nederland, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 12 november 2025. Hierin staat dat de Reclassering interventies of toezicht niet nodig vindt. De politierechter heeft acht geslagen op dit rapport.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de politierechter hierboven heeft overwogen, komt hij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit en gelet op de omstandigheden waaronder de verdachte dit heeft gepleegd, zal de politierechter een taakstraf opleggen van hierna te noemen duur. Hoewel de verdachte benadrukt dat hij door de aangeefster eerder gegeven signalen kennelijk verkeerd heeft begrepen, heeft hij ter zitting ook verantwoordelijkheid getoond voor de door hem niet beoogde gevolgen van zijn handelen. Vanwege deze proceshouding en gelet op de ingrijpende consequenties die de strafzaak door het verlies van zijn baan ook voor de verdachte zelf heeft gehad, zal de politierechter de taakstraf geheel voorwaardelijk opleggen. De voorwaardelijke straf dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Alles afwegend acht de politierechter de hierna te noemen straf passend en geboden.
8 Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij], ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij, bij gestaan door haar advocaat mr. J.J. van Horen, vordert een vergoeding van € 3.500,= aan immateriële schade.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht om de vordering gedeeltelijk toe te wijzen voor een bedrag van € 1.000,= aan immateriële schade. De aangeefster was ten tijde van het strafbare feit al onder behandeling voor traumaklachten en het strafbare feit heeft geleid tot verergering van de reeds bestaande klachten.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, gelet op het pleidooi tot vrijspraak. Subsidiair zou de vordering niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, omdat de gestelde schade niet rechtstreeks uit het strafbare feit is ontstaan. De aangeefster was ten tijde van het strafbare feit al onder behandeling vanwege traumaklachten. Daardoor kan niet worden vastgesteld of en zo ja welke immateriële schade door toedoen van de verdachte is ontstaan.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Uit de namens haar overgelegde stukken blijkt dat de aangeefster op dat moment onder behandeling stond voor traumaklachten door eerder seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hoewel deze omstandigheid in beginsel voor risico komt van de verdachte, ziet de politierechter in de aard van het bewezen feit en in de omstandigheden waaronder de verdachte dit (verwijtbaar, maar niet opzettelijk) heeft gepleegd, aanleiding om het toe te wijzen schadebedrag te matigen. De schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 500,=, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen.
De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard, aangezien de bewijsstukken ter onderbouwing van de vordering thans ontoereikend zijn en nader onderzoek op dit punt een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 2 augustus 2025.
Nu de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 500,=, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.
9 Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 22c, 22d, 36f en 240 van het Wetboek van Strafrecht.
10 Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
11 Beslissing
De politierechter:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen, dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 20 uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 16 uren te verrichten taakstraf resteert;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 8 dagen;
bepaalt dat deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde:
- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij], te betalen een bedrag van € 500,= (zegge: vijfhonderd euro), bestaande immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 2 augustus 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij] te betalen € 500,= (zegge: vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 500,= niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 5 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.L. van Mulbregt, politierechter,
in tegenwoordigheid van mr. J.H. de Bree, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 2 augustus 2025 te Dordrecht
met een persoon, te weten [slachtoffer]
een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
het betasten van haar vulva en/of vagina, althans haar schaamstreek
terwijl hij wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer]
daartoe de wil ontbrak;