Strafrecht overig
Rechtbank Rotterdam · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Rotterdam, 18 februari 2000
ECLI:NL:RBROT:2000:AA4880 · Rechtbank Rotterdam · 18 februari 2000
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2000-aa4880
Zaakgegevens
Op 18 februari 2000 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 februari 2000
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 10/04005-00
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2000:AA4880
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
ONDERSTAANDE BESCHIKKING IS IN ESSENTIE GELIJKLUIDEND VOOR ALLE VERDACHTEN IN DEZE ZAAK
Arrondissementsrechtbank te Rotterdam
BEVEL EERSTE VERLENGING GEVANGENHOUDING
Parketnummer: 10/04005-00
De arrondissementsrechtbank te Rotterdam, Raadkamer;
Gezien de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement van 18 februari 2000 strekkende tot verlenging van de gevangenhouding van:
Verdachte X.
geboren op: xxxxxx
thans gedetineerd: Penitentiaire inrichting ………
Gelet op het tegen de verdachte verleende bevel tot gevangenhouding van 21 januari 2000;
Gehoord de officier van justitie;
Gezien de schriftelijke verklaring van verdachte dat deze niet op de vordering wenst te worden gehoord;
Overwegende, dat de rechtbank na onderzoek is gebleken dat de verdenking, bezwaren en gronden, die tot het bevel tot gevangenhouding van verdachte hebben geleid ook thans nog bestaan, met dien verstande dat de onderzoeksgrond vervalt;
Overwegende, dat het bestaan van deze gronden blijkt uit de in dat bevel vermelde omstandigheden;
Gezien de artikelen 65, 66, 67, 67a, 78 en 80 van het Wetboek van strafvordering;
VERLENGT de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van verdachte voor een termijn van DERTIG dagen en bepaalt dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in een huis van bewaring;
Aldus gedaan in raadkamer op 18 februari 2000 door
mr. J. Silvis, voorzitter,
mrs. P.F.G.T. Hofmeijer en F.A.M. Bakker, rechters,
in tegenwoordigheid van E. Koolmees, griffier.