Strafrecht overig
Rechtbank 's-Gravenhage · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank 's-Gravenhage, 25 september 2000
ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7238 · Rechtbank 's-Gravenhage · 25 september 2000
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-s-gravenhage/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbsgr-2000-aa7238
Zaakgegevens
Op 25 september 2000 heeft de Rechtbank 's-Gravenhage in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank 's-GravenhageRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 september 2000
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 09/073735-98
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7238
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE, STRAFSECTOR
MEERVOUDIGE KAMER
VERKORT VONNIS
parketnummer 09/073735-98
's-Gravenhage, 25 september 2000.
De arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte
[verdachte],
geboren op 07 november 1965 te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [woonplaats],
thans u.a.h. gedetineerd in de P.I. De Kantelberg (Unit 4), te 's-Gravenhage,
De terechtzitting
Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 11 september 2000.
De raadsman van verdachte, mr P.J. Hoogendam, is verschenen en gehoord.
De officier van justitie mr J.H. Wesselink heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1. primair en 2. primair telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren.
De telastlegging
Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.
Vrijspraak
De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte bij dagvaarding onder 1. primair en 2. is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.
De bewijsmiddelen
P. M.
De toepasselijke wetsartikelen
Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht;
de artikelen 6, 8, 175 (oud), 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Beslissing
De rechtbank,
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem bij dagvaarding onder 1. primair en 2. telastgelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding onder 1. subsidiair telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:
Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood, terwijl degene die aan het feit schuldig is verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid van deze wet
verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;
veroordeelt verdachte te dier zake tot:
gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;
veroordeelt verdachte voorts tot:
ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 3 jaren;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard; spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mrs Quadekker, voorzitter,
Knol en Van Harte, rechters,
in tegenwoordigheid van mr Japenga, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 september 2000.