Strafrecht overig

Vervoer van AI-gevoelige dieren tijdens vervoersverbod in verband met vogelpestcrisis

Rechtbank 's-Hertogenbosch, 29 maart 2005

Zaakgegevens

Op 29 maart 2005 heeft de Rechtbank 's-Hertogenbosch in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29 maart 2005
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
01/070814-04
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBSHE:2005:AT2734
E-mail

Samenvatting

Vervoer van AI-gevoelige dieren tijdens vervoersverbod in verband met vogelpestcrisis

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Parketnummer: 01/070814-04

Uitspraakdatum: 29 maart 2005

STRAFVONNIS

Vonnis van de economische politierechter in bovengenoemde rechtbank 's-Hertogenbosch, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te (geboorteplaats) op (geboortedatum) 1951,

wonende te (woonplaats), (adres).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 15 maart 2005.

De economische politierechter heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 18 januari 2005.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 23 mei 2003 en/of 3 juni 2003 te Baarlo, zijnde dit

binnen het vervoersbeperkingsgebied Nederweert, genoemd in bijlage I

onderdeel I onder 2 behorende bij de Regeling vervoersbeperkingsgebieden

pluimvee 2003, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans

alleen, al dan niet opzettelijk AI-gevoelige dieren (ganzen en/of emoes en/of

een kalkoen) heeft vervoerd; (zaak 3, pagina 907 en volgende van het

proces-verbaal)

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling met strafoplegging

leidt:

dat (mededader 1) en/of (mededader 2) op of omstreeks 23 mei 2003 en/of

3 juni 2003 te Baarlo, zijnde dit binnen het vervoersbeperkingsgebied

Nederweert, genoemd in bijlage I onderdeel I onder 2 behorende bij de

Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003, tezamen en in vereniging

met elkaar, althans alleen, al dan niet opzettelijk AI-gevoelige dieren

(ganzen en/of emoes en/of een kalkoen) hebben/heeft vervoerd,

hebbende hij, verdachte, toen en daar en/of als Nederlander in de Verenigde

Staten, deze/dit strafbare feit(en) door het verschaffen van gelegenheid,

middelen en/of inlichtingen, te weten door die (mededader 1) en/of (mededader 2) middels

e-mail opdracht te geven/ het verzoek te doen de dieren van Baarlo naar Arcen

te brengen en/of die (mededader 1) en/of (mededader 2) ten behoeve van dit vervoer een

witte bestelbus ter beschikking te stellen, opzettelijk uitgelokt;

(artikel 3 lid 1 onder a van de Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee

2003 juncto artikel 30 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren in

verband met artikel 47 van het wetboek van strafrecht, strafbaar gesteld in

artikel 1 onder 1e van de Wet op de economische delicten)

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de economische politierechter.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de economische politierechter bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie eist ten aanzien van het primair tenlastegelegde: een geldboete van ? 2900,- subsidiair 58 dagen vervangende hechtenis.

De bewijsbeslissing.

De economische politierechter acht niet overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De economische politierechter overweegt hiertoe dat hij niet de overtuiging heeft dat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en anderen (van plegen kan in het geheel al geen sprake zijn nu verdachte in die periode in de V.S. verbleef), noch dat verdachte aan (mededader 1) of enige andere derde middels een e-mail heeft verzocht, laat staan opdracht heeft gegeven, om de AI-gevoelige dieren van Baarlo naar Arcen te vervoeren en daartoe een bedrijfsauto (witte bestelbus) ter beschikking heeft gesteld.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door,

mr. G.A.F.M. Wouter, economische politierechter,

in tegenwoordigheid van mr. E.M.C. Carmiggelt, griffier

en is uitgesproken op 29 maart 2005.