Belastingrecht
8:54, beroep kennelijk niet-ontvankelijk wegens het niet overleggen of omschrijven van het bestreden besluit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 december 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:7485 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 9 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbzwb-2022-7485
Zaakgegevens
Op 9 december 2022 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 9 december 2022
- Datum publicatie
- 9 december 2022
- Zaaknummer
- BRE-22-2416
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2022:7485
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54, beroep kennelijk niet-ontvankelijk wegens het niet overleggen of omschrijven van het bestreden besluit.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/2416
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2022 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,
Procesverloop
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag met aanslagnummer [aanslagnummer] .
Overwegingen
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Iemand die beroep instelt, moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. Dit staat in artikel 6:5, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank - na een herstelmogelijkheid - het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
Belanghebbende heeft geen kopie van het bestreden besluit bijgevoegd bij het beroepschrift en niet omschreven tegen welk besluit het beroep is gericht. De rechtbank heeft belanghebbende bij brief van 17 mei 2022 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brieven van 6 juli 2022 en 19 september 2022 met een termijn van vier weken. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL zijn de brieven afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres.
Belanghebbende heeft binnen deze termijn geen kopie van het bestreden besluit toegestuurd of anderzijds gereageerd.
Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 9 december 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.