Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Voorlopige voorziening · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 juli 2026

Zaakgegevens

Op 16 juli 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
16 juli 2026
Datum publicatie
16 juli 2026
Zaaknummer
BRE 26/2172
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:6490
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

VOVO n-o griffierecht

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 26/2172


uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juli 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

de invorderingsambtenaar van de gemeente Steenbergen, de invorderingsambtenaar.

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, dat door de rechtbank op 10 april 2026 is ontvangen.

1.1.

Verzoeker verzoekt in zijn verzoekschrift om onmiddellijke schorsing, dan wel een voorlopige voorziening die verband houdt met de invordering van gemeentelijke belastingaanslagen.

1.2.

De rechtbank heeft dat verzoek aangemerkt als verzoek om een voorlopige voorziening dat ziet op (i) een aanslag gemeentelijke belastingen voor het jaar 2024 en (ii) een aanslag gemeentelijke belastingen voor het jaar 2025. De rechtbank heeft voor die verzoeken om voorlopige voorzieningen twee zaaknummers aangemaakt. Het verzoek dat verband houdt met de gemeentelijke belastingaanslag voor 2024 is geregistreerd onder het zaaknummer BRE 26/2171 en het verzoek dat verband houdt met de gemeentelijke belastingaanslag voor 2025 is onder het zaaknummer BRE 26/2172 geregistreerd.

1.3.

De rechtbank heeft de twee voornoemde zaaknummers als samenhangend aangemerkt, en daarom één maal griffierecht geheven van € 54.

1.4.

Op 16 april 2026 is aan verzoeker bij aangetekende brief de nota griffierecht verzonden. In die brief wordt verzoeker verzocht het griffierecht van € 54 uiterlijk twee weken na de datum van dagtekening van die brief te betalen. De brief vermeldt verder dat niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek kan volgen, als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald. Volgens gegevens van Track & Trace van PostNL is de brief bij verzoeker bezorgd.

1.5.

De voorzieningenrechter heeft in de zaak met zaaknummer BRE 26/2171 op 2 juni 2026 uitspraak gedaan. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening in dat zaaknummer niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is ontvangen.

1.6.

De voorzieningenrechter heeft echter nog geen uitspraak gedaan in het zaaknummer BRE 26/2172. Dat doet zij nu alsnog.

Motivering

2. Omdat uit informatie van PostNL blijkt dat de in 1.2 bedoelde brief op 18 april 2026 aan verzoeker is uitgereikt, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker op de juiste wijze in de gelegenheid is gesteld het griffierecht te voldoen.

2.1.

Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:82, derde lid, in samenhang met artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

2.2.

Er is tot slot geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A. Burgers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.A.C. Deeleman, griffier.

griffier voorzieningenrechter

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.