Bestuursrecht overig
Verzoek Niet-Ontvankelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 november 2020
ECLI:NL:RBZWB:2020:5381 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 3 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbzwb-2020-5381
Zaakgegevens
Op 3 november 2020 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 november 2020
- Datum publicatie
- 4 november 2020
- Zaaknummer
- AWB- 20_8726 VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2020:5381
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek Niet-Ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/8726 PW VV
uitspraak van 3 november 2020 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoekster], wonende te [woonplaats verzoekster], verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom (ISD Brabantse Wal), verweerder.
Procesverloop
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 27 augustus 2020 (bestreden besluit) waarin verweerder haar een aflossingsverplichting van € 52,95 per maand heeft opgelegd. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een
zitting achterwege gebleven.
Overwegingen
1. In artikel 8:82 van de Awb is bepaald dat degene die een verzoek om een voorlopige voorziening indient griffierecht moet betalen.
De griffier heeft verzoekster op 3 oktober 2020, bij aangetekende brief, een nota griffierecht gezonden. Verzoekster is meegedeeld dat het griffierecht binnen veertien dagen op de bankrekening van de rechtbank dient te zijn bijgeschreven en dat het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien het verschuldigde bedrag niet (tijdig) is betaald. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn van veertien dagen voldaan en de rechtbank heeft geen verzoek om ontheffing ontvangen.
2. Verder heeft de griffier verzoekster bij brief van 7 oktober 2020 verzocht uit te leggen waarom haar zaak met spoed moet worden behandeld. Zij heeft hiervoor een termijn van één week gekregen. Ook in deze brief is vermeld dat bij het uitblijven van een tijdige reactie haar verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Ook op deze brief heeft verzoekster niet gereageerd.
3. Conclusie van het bovenstaande is dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Sierkstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier, op 3 november 2020 en is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier* voorzieningenrechter
* De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mee te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Als u het niet eens bent met deze uitspraak
Tegen deze uitspraak is geen (hoger) beroep mogelijk.