Bestuursrecht overig
Definitieve berekening van de tegemoetkoming Tijdelijke Noodmaatregel overbrugging voor behoud…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 september 2021
ECLI:NL:RBZWB:2021:4417 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 2 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbzwb-2021-4417
Zaakgegevens
Op 2 september 2021 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 2 september 2021
- Datum publicatie
- 2 september 2021
- Zaaknummer
- AWB- 21_3412 VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2021:4417
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Definitieve berekening van de tegemoetkoming Tijdelijke Noodmaatregel overbrugging voor behoud werkgelegenheid (NOW-1)
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/3412 NOW VV
uitspraak van 2 september 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] B.V., te [plaats], verzoekster,
gemachtigde: [naam gemachtigde] ,
en
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.
Procesverloop
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 28 juni 2021 van verweerder over de definitieve berekening van de tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke Noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW-1). Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
Overwegingen
1. In de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Dit vloeit voort uit artikel 8:82 van de Awb.
2. Verzoekster is bij aangetekende brief van 12 augustus 2021 gewezen op de verplichting tot het betalen van griffierecht. Aan verzoekster is meegedeeld dat het griffierecht uiterlijk binnen twee weken moet worden betaald. Verzoekster is er in deze brief tevens op gewezen dat bij niet tijdige betaling het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
3. De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is voldaan. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier, op 2 september 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.