Bestuursrecht overig
VV - Oekrainer wijzigen opvanglocatie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 augustus 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7210 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 4 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbzwb-2026-7210
Zaakgegevens
Op 4 augustus 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 4 augustus 2026
- Datum publicatie
- 4 augustus 2026
- Zaaknummer
- BRE 26/3940
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:7210
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
VV - Oekrainer wijzigen opvanglocatie
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/3940 BESLU VV
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 augustus 2026 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [plaats] , verzoekers,
(gemachtigde: mr. L.A. Fischer),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (het college), verweerder.
Samenvatting
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de verhuizing van verzoekers naar een andere opvanglocatie binnen de gemeente Tilburg . Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt. Het oordeel van de voorzieningen-rechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Procesverloop
2. Met het besluit van 8 juli 2026 (bestreden besluit) heeft het college aan verzoekers medegedeeld dat zij moeten verhuizen naar een andere opvanglocatie binnen de gemeente Tilburg . Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Het college heeft met een e-mail van 15 juli 2026 aangegeven het bestreden besluit te zullen opschorten tot het moment van de uitspraak in de voorlopige voorziening procedure.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 29 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, mr. W.G. Fischer (kantoorgenoot van de gemachtigde van verzoekers), V. Vinarskaja als tolk en F.J.W. de Bruijn namens het college.
Totstandkoming van het besluit
3. Verzoekers zijn afkomstig uit Oekraïne. Zij verblijven in een tweepersoonskamer aan de [adres 1] in de gemeente Tilburg .
In december 2025 is aan de bewoners van de [straat] medegedeeld dat deze locatie zou worden gesloten. Tijdens een bewonersavond op 17 juni 2026 is dit nogmaals medegedeeld en aangegeven dat de bewoners hun ideeën en wensen konden aangeven.
Verzoekers hebben op 24 juni 2026 aangegeven dat zij hartproblemen hebben. Zij rusten overdag en om die reden kunnen zij ook geen kamer delen met andere mannen. Verzoekers maken zich zorgen dat zij een kamer krijgen waarvoor zij moeten traplopen of een grote afstand moeten afleggen naar het toilet. Het liefst worden zij geplaatst in een tweepersoonskamer aan de Ringbaan Oost. Een andere gemeente in de richting van Den Haag/Rotterdam zou ook geen probleem zijn, mits de opvang medisch passend is.
Met het bestreden besluit heeft het college aan verzoekers medegedeeld dat zij uiterlijk 17 juli 2026 zullen verhuizen van een kamer aan de [adres 1] naar een kamer aan [adres 2] in de gemeente Tilburg. Ter zitting is toegelicht dat verzoekers moeten verhuizen omdat aan de [straat] een AZC komt.
Standpunt verzoekers
4. Verzoekers hebben aangevoerd dat de toegewezen kamer medisch ongeschikt is. Zij hebben rust nodig en zijn beperkt in het traplopen. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat enig medisch onderzoek is verricht. Niet is gebleken dat en hoe de behoeften van verzoekers zijn meegewogen. Er is geen reden waarom de verhuizing niet nog even kan worden uitgesteld, zodat onder artikel 15 van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO) kan worden bepaald of er bijzondere opvangbehoeften zijn waaraan de plaatsing onder artikel 9 van de RooO moet beantwoorden.
5. De voor de beoordeling van de voorlopige voorziening belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
6. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij het nemen van een beslissing op een verzoek om voorlopige voorziening een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit een belangrijke rol speelt.
Niet in geschil is dat het college op grond van artikel 9, eerste lid, van de RooO bevoegd is tot het overplaatsen van verzoekers naar een nieuwe opvanglocatie. De vraag is of het college in dit geval gebruik mocht maken van die bevoegdheid. Het college heeft afdoende gemotiveerd waarom verzoekers moeten verhuizen, namelijk omdat aan de [straat] een AZC komt. Verzoekers stellen dat de beoogde nieuwe kamer niet geschikt is, omdat zij trap moeten lopen om deze te bereiken. Naar het oordeel van de voorzieningen-rechter is niet gebleken dat de nieuwe locatie niet geschikt zou zijn voor verzoekers. Er zijn geen medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij geen trap kunnen lopen. Verzoekers hebben bovendien de verklaring van de locatiemanager dat zij tijdens een liftstoring in het gebouw aan de [straat] bijna een half jaar trap hebben gelopen niet weersproken. Gelet op het voorgaande zal het bestreden besluit naar verwachting van de voorzieningenrechter standhouden na heroverweging in bezwaar
Conclusie en gevolgen
7. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van C.M.A. Groenendaal, griffier, op 4 augustus 2026 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Richtlijn Tijdelijke Bescherming (2001/55 EG, de Richtlijn)
Artikel 13
1. De lidstaten zorgen ervoor dat de begunstigden van tijdelijke bescherming een fatsoenlijk onderkomen krijgen of, in voorkomend geval, middelen te hunner beschikking krijgen om huisvesting te vinden.
(…)
Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO)
Artikel 2
1. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de opvang van ontheemden. (…)
Artikel 5
1. De opvangvoorziening voldoet aan een toereikend huisvestingsniveau, waaronder ten minste wordt begrepen de aanwezigheid van een adequate bescherming tegen weersinvloeden, van verwarming, sanitaire voorzieningen en zit- en slaapgelegenheid.
2. Indien mogelijk wordt voorzien in de gelegenheid tot het bereiden van maaltijden.
3. Van de in het eerste lid genoemde criteria kan worden afgeweken gedurende de eerste acute opvang.
Artikel 9
1. Het college van burgemeester en wethouders bepaalt in welke opvangvoorziening binnen de gemeente een ontheemde wordt geplaatst en is bevoegd een ontheemde naar een andere voorziening binnen de gemeente over te plaatsen.