Burgerlijk procesrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Verschoning · Burgerlijk procesrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 september 2026

Zaakgegevens

Op 2 september 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
2 september 2026
Datum publicatie
30 september 2026
Zaaknummer
C/02/ 451902 HA RK 26-167 (E)
Procedure
Verschoning
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:9445
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verschoning, toewijzen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Verschoningskamer

Locatie: Breda

Procedurenummer: C/02/451902 HA RK 26-167

beslissing van 2 september 2026

in de zaak van

mr. Tempel

rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant

hierna: de rechter

belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk C/02/449794 / JE RK 26-11 van:

Jeugdbescherming Brabant,

waarin als belanghebbenden zijn aangemerkt:

[belanghebbende 1]

bijgestaan door mr. F. Pool

en

[belanghebbende 2]

bijgestaan door mr. R.T.A. Slof.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 1 september 2026.

1.2.

Er heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek tot verschoning plaatsgevonden.

2 Het verschoningsverzoek

De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd. [belanghebbende 2] is veroordeeld door de meervoudige strafkamer waar de rechter voorzitter van was. De rechter vreest dat hierdoor de schijn van partijdigheid zou kunnen worden gewekt.

3 De beoordeling

3.1.

Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.

3.2.

Gelet op wat de rechter heeft aangevoerd, zal het verschoningsverzoek worden toegewezen. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

4 De beslissing

De verschoningskamer:

4.1.

wijst het verzoek tot verschoning toe;

4.2.

bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;

4.3.

beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:

 de rechter;

 de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;

 de partijen in de hoofdzaak.

Deze beslissing is genomen in raadkamer op 2 september 2026 door mr. Breeman, voorzitter, mr. Peters en mr. Kok, rechters, in aanwezigheid van

mr. Rockx, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.