Civiel recht overig

Rechterlijke machtiging Wzd, overbelasting mantelzorgers

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 maart 2026

Zaakgegevens

Op 19 maart 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
19 maart 2026
Datum publicatie
19 april 2026
Zaaknummer
C/02/445708 / FA RK 26-1173
Procedure
Rekestprocedure
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:3161
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Rechterlijke machtiging Wzd, overbelasting mantelzorgers

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/445708 / FA RK 26-1173

Datum uitspraak: 19 maart 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1946 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats] ,

nu verblijvende in de [accommodatie] , te [plaats] ,

advocaat mr. C.L.M. Gommers uit Breda.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 maart 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 maart 2026 op de afdeling van de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij waren aanwezig:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

  • [persoon 1] , verpleegkundige en 1e contactpersoon binnen de accommodatie;

  • [persoon 2] , specialist ouderengeneeskunde;

  • [persoon 3] , echtgenote;

  • [persoon 4] , schoonzoon;

  • [persoon 5] , verpleegkundige.

2 Het verzoek

2.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De standpunten

3.1.

Betrokkene zegt dat hij naar huis wil en bij zijn vrouw wil zijn. Eerder heeft hij gerevalideerd in [locatie] nadat hij een hersenbloeding heeft gehad, maar hij geeft aan daar niet meer naar terug te willen, omdat hij zich daar slecht behandeld voelde.

3.2.

De specialist ouderengeneeskunde zegt dat betrokkene pas enkele weken na binnenkomst verzet begon te tonen, waarbij sprake was van verbale agressie en de neiging om weg te lopen. Vervolgens is medicatie ingezet, hetgeen ertoe heeft geleid dat de agressie naar de achtergrond is verdwenen. De deur wordt nu gesloten gehouden, omdat betrokkene verkeersonveilig is en de neiging heeft alleen naar buiten te gaan. Hoewel betrokkene zijn medicatie momenteel goed inneemt, blijven er cognitieve problemen. In de thuissituatie deed zich agressie voor.

3.3.

De verpleegkundige geeft aan dat betrokkene verzet toont. Enkele dagen geleden is hij de tuin ingegaan met de intentie om weg te gaan. Betrokkene lijkt dit niet expliciet te willen aangeven, maar zodra hij wordt terug begeleid naar binnen, vertoont hij verzet.

3.4.

De echtgenote brengt naar voren dat zij, gelet op haar eigen medische klachten, de zorg voor betrokkene niet langer kan dragen. Daarnaast geeft zij aan dat zorgvuldig moet worden gekeken naar welke vorm van zorg het meest passend is voor betrokkene.

3.5.

De schoonzoon onderschrijft het standpunt van de echtgenote. Mede gelet op de medische situatie van de zoon van betrokkene is er geen draagkracht voor het verlenen van de mantelzorg die betrokkene nodig heeft.

3.6.

De advocaat voert aan dat volgens de wet sprake moet zijn van verzet, waarvan in dit geval sprake is. Vanuit het standpunt van betrokkene brengt zij echter naar voren dat hij niet in de accommodatie wil verblijven. Om die reden verzoekt de advocaat om afwijzing van het verzoek.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk vasculaire dementie. Eerder is de diagnose vasculaire dementie al vastgesteld, nadat betrokkene een hersenbloeding heeft doorgemaakt in december 2025.

4.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

4.4.

De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Betrokkene is onvoldoende in staat voor zichzelf te zorgen. Hij heeft gedurende de dag ondersteuning en begeleiding nodig bij alle dagelijkse handelingen en activiteiten, omdat betrokkene daar uit zichzelf niet toe komt. Ook is betrokkene gedesoriënteerd in plaats en tijd met het risico op verdwalen als hij zelfstandig de instelling zou verlaten. Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat de echtgenote van betrokkene overbelast is. De familie maakt zich zorgen om de echtgenote, mede omdat betrokkene bekend is met agressief gedrag en gaat dwalen in de nachten door een verstoord dag- en nachtritme. Tot slot is er ook sprake van valgevaar, omdat betrokkene doorgaans loopt met een rollator, maar deze soms vergeet te gebruiken.

4.5.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.

4.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Naar het oordeel van de rechtbank is een voortzetting van de opname noodzakelijk, omdat betrokkene 24-uurs zorg en begeleiding nodig heeft in een veilige woonomgeving. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank overweegt hierbij dat betrokkene niet kan terugkeren naar huis. In de thuissituatie is de echtgenote van betrokkene overbelast en kan geen extra hulp meer bieden. Betrokkene heeft intensieve zorg nodig die alleen binnen een accommodatie geboden kan worden.

4.7.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. Zoals verzocht, zal de machtiging worden verleend voor de duur van zes maanden.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1946 in [plaats] ;

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 september 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 3 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.