Civiel recht overig
gezag geregeld door partijen en afgewezen vanwege intrekking verzoek, zorgregeling vastgelegd conform…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 april 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:3654 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 1 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/civiel-recht-overig/rekestprocedure/ecli-nl-rbzwb-2026-3654
Zaakgegevens
Op 1 april 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Datum publicatie
- 2 mei 2026
- Zaaknummer
- C/02/438027 / FA RK 25-3805
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.C van den Doel in Zierikzee, mr. W van der Sande in Goes
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:3654
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
gezag geregeld door partijen en afgewezen vanwege intrekking verzoek, zorgregeling vastgelegd conform overeenstemming.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/438027 / FA RK 25-3805
datum uitspraak: 1 april 2026
beschikking over gezag en zorgregeling
in de zaak van
[de man] ,
hierna: de man,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. J.C. van den Doel in Zierikzee,
tegen
[de vrouw] ,
hierna: de vrouw,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. W. van der Sande in Goes,
1 Het procesverloop
In het dossier zitten de volgende stukken:
- het op 10 juli 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- F9-formilier van mr. Van der Sande van 9 maart 2026 met bijlagen;
- F9-formulier van mr. Van Den Doel van 12 maart 2026 met bijlagen;
- F9-formulier van mr. Van der Sande van 12 maart 2026.
De zaak is op verzoek van partijen schriftelijk afgedaan.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de mogelijkheid gekregen om te zeggen wat zij van het verzoek vinden, maar zij hebben daar geen gebruik van gemaakt.
2 De feiten
Partijen hebben met elkaar een relatie gehad. Uit deze relatie zijn de navolgende, thans nog minderjarige kinderen geboren:
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2009, hierna: [minderjarige 1] ;
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2014, hierna: [minderjarige 2] ;
- [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2021, hierna: [minderjarige 3] .
De man heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] erkend.
De ouders zijn sinds 27 februari 2026 gezamenlijk belast met het gezag over de minderjarigen.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] staan ingeschreven op het adres van de vrouw.
3 De verzoeken en de beoordeling
De man heeft zijn verzoek om gezamenlijk met het gezag over de minderjarigen te worden belast ingetrokken. Partijen hebben inmiddels in onderling overleg geregeld dat beide ouders gezamenlijk met het gezag over de minderjarigen zijn belast. De rechtbank behoeft dit verzoek om die reden niet verder te behandelen en zal het om die reden dan ook afwijzen.
Bij berichten van hun advocaten van 9 maart 2026 en 12 maart 2026 hebben partijen laten weten dat zij overeenstemming hebben bereikt. Partijen zijn de navolgende zorgregeling overeengekomen:
Even weken
|
Dag |
Bij wie |
Wisselmomenten/opmerkingen |
|
Maandag |
De vader |
|
|
Dinsdag |
De vader |
Wisselmoment 14:00 uur (na school) |
|
Woensdag |
De moeder |
|
|
Donderdag |
De moeder |
|
|
Vrijdag |
De vader |
Wisselmoment 17:00 uur |
|
Zaterdag |
De vader |
|
|
Zondag |
De vader |
Oneven weken
|
Dag |
Bij wie |
Wisselmomenten/opmerkingen |
|
Maandag |
De vader |
|
|
Dinsdag |
De vader |
Wisselmoment 14:00 uur (na school) |
|
Woensdag |
De moeder |
|
|
Donderdag |
De moeder |
|
|
Vrijdag |
De moeder |
|
|
Zaterdag |
De moeder |
|
|
Zondag |
De moeder |
Wisselmoment 17:00 uur |
Vakanties
|
Dag |
Bij wie |
Wisselmomenten/opmerkingen |
|
voorjaarsvakantie |
Reguliere zorgregeling |
|
|
meivakantie |
Reguliere zorgregeling |
|
|
zomervakanties |
Week 1 Regulier Week 2 t/m 5 te verdelen Week 6 Regulier |
Week 2 t/m 4 worden 2 om 2 verdeeld. Week 2 en 3 aaneengesloten bij de ene ouder, week 4 en 5 aaneengesloten bij de andere ouder. Jaarlijks in overleg te verdelen. |
|
herfstvakantie |
Reguliere zorgregeling |
|
|
kerstvakantie |
Reguliere zorgregeling |
De man heeft zijn verzoek conform de tussen partijen bereikte overeenstemming gewijzigd. Beide partijen hebben laten weten geen behoefte (meer) te hebben aan een mondelinge behandeling van de zaak.
Nu partijen overeenstemming hebben bereikt, zal de rechtbank het gewijzigde verzoek van de man als volgt toewijzen. De rechtbank acht dit ook in het belang van de minderjarigen.
Uitvoerbaar bij voorraad
De rechtbank verklaart de beslissing ten aanzien van de zorgregeling uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De rechtbank doet dit, omdat het voor de ontwikkeling van de minderjarigen noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.
4 De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat de man en de minderjarigen, [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar de ene week van vrijdag 17.00 uur tot dinsdag 14.00 uur (na school) en de andere week van zondag 17.00 uur tot dinsdag 14.00 uur (na school) en gedurende een deel van de vakanties, nader in onderling overleg door partijen te regelen, een en ander zoals opgenomen in het door de ouders opgestelde schema, opgenomen in rechtsoverweging 3.2;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af,
Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026 in aanwezigheid van mr. de Bont, griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
-
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
-
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.