Civiel recht overig

Eerste rechterlijke machtiging voor de duur van zes maanden verleend.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 juni 2026

Zaakgegevens

Op 8 juni 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
8 juni 2026
Datum publicatie
9 juli 2026
Zaaknummer
C/02/448499 / FA RK 26-2658
Procedure
Rekestprocedure
Advocaat
mr. I.H.T.J. Anthonise-Gieling uit Goes.
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:6116
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Eerste rechterlijke machtiging voor de duur van zes maanden verleend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/448499 / FA RK 26-2658

Datum uitspraak: 8 juni 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

wonend in [plaats] ,

advocaat: mr. I.H.T.J. Anthonise-Gieling uit Goes.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van 24 mei 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 mei 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026, op het woonadres van betrokkene. Daarbij zijn verschenen en gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

- mevrouw [persoon 1] , casemanager dementie;

- mevrouw [persoon 2] , leidinggevende bij [zorgaanbieder] ;

- mevrouw [persoon 3] , dochter van betrokkene;

- de heer [persoon 4] , schoonbroer van betrokkene.

2 Het verzoek

2.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De standpunten

3.1.

Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat het goed met haar gaat en dat zij alles nog zelf kan. Haar geheugen is misschien wat minder, maar dat hoort bij haar leeftijd. Betrokkene wil dan ook graag thuis blijven wonen. Zij is thuis weliswaar veel alleen, maar dat is zij gewend. Bovendien komen er regelmatig mensen bij haar langs, niet om haar zorg te bieden, maar voor een fijne aanspraak. Dat vindt betrokkene leuk en gezellig. Mocht zij niet meer thuis kunnen blijven wonen, dan is dat zo. Zij wil dan wel graag in [plaats] blijven wonen.

3.2.

De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek. Betrokkene geeft heel duidelijk aan dat zij thuis wil blijven wonen.

3.3.

De casemanager dementie benoemt dat er bij betrokkene sprake is van dementie. Betrokkene ontvangt al lange tijd drie keer per dag, zeven dagen per week zorg vanuit [zorgaanbieder] . Dat vindt betrokkene gezellig. Zij laat de hulpverlening binnen en kletst graag met hen, maar zij accepteert geen hulp bij de persoonlijke verzorging, waardoor er sprake is van verwaarlozing. Ook is er steeds vaker sprake van onrust en paniek bij betrokkene op de momenten dat er geen hulpverlening bij haar aanwezig is. Zij zoekt dan veelvuldig contact met haar dochter en haar schoonbroer, waarbij zij haar dochter soms wel dertig keer per dag belt. De onrust van betrokkene kan echter niet meer met een telefoontje worden opgelost en ook de inzet van medicatie heeft niet tot een verbetering van de situatie geleid. Hierdoor is er in de huidige situatie sprake van psychisch lijden bij betrokkene. Dit maakt dat de thuissituatie niet langer houdbaar is.

3.4.

De leidinggevende van [zorgaanbieder] benoemt dat betrokkene het altijd gezellig vindt als er hulpverlening bij haar langskomt, maar dat zij de (lichamelijke) zorg niet altijd accepteert. Daar zijn grote zorgen over. Ook wordt gezien dat betrokkene het lastig vindt als de hulpverlening weer weggaat en dat zij even later alweer is vergeten dat er hulpverlening bij haar langs is geweest. Daarnaast herkent betrokkene veel dingen niet meer waardoor zij erg boos kan worden en lukt het haar niet meer om adequaat te alarmeren. Hierdoor is er sprake van een forse overbelasting van de dochter en kan ook de hulpverlening de huidige situatie niet veel langer zo blijven voortzetten.

3.5.

De dochter benoemt dat er steeds vaker sprake is van veel paniek en onrust bij betrokkene. De dochter en de schoonbroer wonen op ruim twee uur rijden en er is weinig netwerk in de buurt om betrokkene hierbij te ondersteunen. Daarbij komt dat de huidige zorg ontzettend betrokken is, maar niet langer kan voorzien in de forse zorgbehoefte van betrokkene.

3.6.

De schoonbroer benoemt dat betrokkene bij hem aangeeft dat zij, als zij niet langer thuis kan blijven wonen, in ieder geval graag in [plaats] wil blijven wonen.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

Uit de overgelegde stukken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, in de vorm van Alzheimer dementie. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de in de medische verklaring gestelde diagnose.

4.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel is gelegen in ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

4.4.

De rechtbank neemt daarbij in overweging dat er bij betrokkene sprake is van toenemende desoriëntatie, verwardheid, achterdocht, angst en onrust. Ook heeft betrokkene terugkerende psychische belevingen, waarbij zij de overtuiging heeft dat zij gefilmd wordt of dat er mensen rondom haar woning lopen. Dit resulteert in wantrouwen, psychisch lijden en belemmeringen voor de zorg. Betrokkene laat het zorgpersoneel wel binnen, maar weigert ondersteuning. Hierdoor is er sprake van toenemende zelfverwaarlozing. Daarnaast is het sociale netwerk van betrokkene overbelast geraakt en grotendeels weggevallen. Tot slot dreigt er maatschappelijke teloorgang bij betrokkene doordat zij niet meer in staat is om te alarmeren.

4.5.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene is blijvend aangewezen op intensieve en gespecialiseerde 24-uurszorg, toezicht en begeleiding in de nabijheid in een veilige en gestructureerde woonvoorziening. Dit kan haar in de verpleeginstelling worden geboden. Bovendien kan het sociale netwerk van betrokkene dan worden ontlast.

4.6.

Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft voortdurend aan dat zij thuis wil en kan blijven wonen en dat zij niet in een verpleeginstelling wil verblijven.

4.7.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. In de thuissituatie is de maximale zorg ingezet; zeven dagen per week, driemaal per dag en soms zelfs vijfmaal per dag ondersteuning, echter deze zorg is ontoereikend gebleken. Ook leidt de inzet van medicatie niet tot een vermindering van de angstbelevingen van betrokkene. Daarnaast weigert betrokkene de inzet van een dagbesteding.

4.8.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden, met ingang van heden en tot en met 8 december 2026.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats] ;

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 december 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 door mr. Van der Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 22 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.