Civiel recht overig

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Rekestprocedure · Civiel recht overig

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juni 2026

Zaakgegevens

Op 18 juni 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
18 juni 2026
Datum publicatie
19 juli 2026
Zaaknummer
C/02/449326 / FA RK 26-3094
Procedure
Rekestprocedure
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:6627
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wijz ZM

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449326 / FA RK 26-3094

Datum uitspraak: 18 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats] ,

advocaat mr. M.A.J. Timmermans-Roelands uit Bergen op Zoom.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

  • [persoon 1] , ambulante begeleider;

  • [persoon 2] , behandelend psychiater.

1.3.

Bij aanvang van de zitting heeft betrokkene duidelijk aangegeven niet met de rechtbank te willen praten. De rechtbank overweegt dat betrokkene op de hoogte was van de zitting en door de rechtbank is gevraagd aan de zitting deel te nemen, maar heeft geweigerd daarbij aanwezig te zijn. Gelet daarop stelt de rechtbank vast dat betrokkene niet gehoord wilde worden. De rechtbank heeft daarop besloten de zitting voort te zetten in afwezigheid van betrokkene. De advocaat en de ambulante begeleider hadden hiertegen geen bezwaar.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 11 december 2026 met de volgende vormen van verplichte zorg:

  • het toedienen van medicatie;

  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot

gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 11 december 2025 voor betrokkene is afgegeven in de zin dat als aanvullende vormen van zorg kunnen worden toegepast:

  • toedienen van vocht en voeding;

  • het verrichten van medische controles;

  • beperken van de bewegingsvrijheid;

  • onderzoek aan kleding of lichaam;

  • onderzoek van de woon- of verblijfruimte op gedrags-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

  • opnemen in een accommodatie.

4 De standpunten

4.1.

De ambulante begeleider van betrokkene brengt naar voren dat betrokkene de afgelopen periode enkele keren over de grenzen van het toelaatbare gedrag is gegaan. Daarnaast is sprake van chronische psychotische ontregeling als gevolg van middelengebruik. Onlangs heeft zich een brand voorgedaan in zijn appartement, waarbij de gang volledig vol rook kwam te staan. Voorts is betrokkene voortdurend geagiteerd, ongeacht of er wel of geen sprake is van middelengebruik. De ambulant begeleider acht de gevraagde vormen van noodzakelijke zorg om die redenen noodzakelijk.

4.2.

De psychiater onderschrijft het standpunt van de ambulante begeleider en voegt daaraan toe dat tijdens de opname wordt ingezet op stabilisatie van betrokkene.

4.3.

De advocaat voert aan dat de verplichte zorgvorm ‘toedienen van vocht en voeding’ niet noodzakelijk is. Voor het overige refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank.

5 De beoordeling

5.1.

Uit de stukken en de zitting blijkt dat sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz en de in de zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet langer volstaan. Gebleken is dat betrokkene de laatste weken steeds verder decompenseert. De psychotische klachten bestaan uit de overtuiging dat verkrachters en pedofielen misbruik plegen, ook bij hem. Ook is betrokkene ervan overtuigd dat hij een dochter heeft die zwanger is, terwijl hij geen kinderen heeft. Daarnaast heeft het gedesorganiseerde gedrag van betrokkene geleidt tot een brand in zijn appartement. Voorts steelt betrokkene om zijn middelengebruik te bekostigen. Tot slot kan betrokkene verbaal agressief zijn tegenover zorgpersoneel.

5.2.

Om deze (dreigende) noodsituatie af te wenden, heeft betrokkene zorg nodig.

5.3.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene geeft herhaaldelijk aan niet vrijwillig te willen worden opgenomen. Ook verzet hij zich tegen toediening van het depot en accepteert hij dit alleen als er een beloning tegenover staat. Daarom zijn de volgende vormen van verplichte zorg ook na de toegepaste tijdelijke verplichte zorg aanvullend nodig:

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- opnemen in een accommodatie.

5.4.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.5.

Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen, aldus dat de hierna genoemde vormen van verplichte zorg gelden:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

5.5.1.

De rechtbank zal de mogelijkheid tot het toepassen van ‘het toedienen van vocht en voeding’ niet als vorm van verplichte zorg in de zorgmachtiging overnemen, nu de behandelaar heeft verklaard dat deze vorm van verplichte zorg nu niet aan de orde is. De rechtbank benadrukt verder dat de zorgvormen onderzoek aan kleding of lichaam, onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen en het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen uitsluitend van toepassing kunnen zijn in geval van opname. Betrokkene woont immers in een gebruikershuis.

5.6.

Deze vormen van verplichte zorg gelden voor de resterende duur van de zorgmachtiging.

5.7.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

wijzigt de zorgmachtiging die op 11 december 2025 is verleend voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.5. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat de machtiging geldt tot en met 11 december 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. De Vlieger, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 2 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.