Civiel recht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Wraking · Civiel recht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 juni 2018
ECLI:NL:RBZWB:2018:4710 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 11 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbzwb-2018-4710
Zaakgegevens
Op 11 juni 2018 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 11 juni 2018
- Datum publicatie
- 8 augustus 2018
- Zaaknummer
- 02/345033 HA RK 18-104
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2018:4710
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
wraking
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 11 juni 2018deze uitspraak
ECLI:NL:RBZWB:2018:4710
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 november 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:4901Niet bevoegdNiet bevoegdDe rechter vindt dat hij niet de juiste rechter is om over deze zaak te beslissen.Meer uitleg
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Wrakingskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: 02/345033 HA RK 18-104
Beslissing van 11 juni 2018 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:
[verzoekster]
gevestigd aan de [vestigingsplaats],
verzoekster,
raadsman [naam raadsman], advocaat te [woonplaats].
1 Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:
-
het verzoek tot wraking van 22 mei 2018;
-
het e-mailbericht van de gewraakte rechter van 28 mei 2018 aan de griffier van de wrakingskamer, waarin zij laat weten dat zij in de wraking berust;
-
de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank in de hoofdzaak.
2 Het verzoek
Het verzoek strekt tot wraking van [naam kantonrechter], optredend als kantonrechter in de zaak met zaaknummer [zaaknummer] (hierna: de hoofdzaak) op de gronden die verzoekster heeft uiteengezet in haar wrakingsverzoek.
Blijkens het hiervoor genoemde e-mailbericht, berust de kantonrechter in het verzoek tot wraking.
Bij brief van 29 mei 2018 heeft de griffier van de wrakingskamer de raadsman van verzoekster laten weten dat de kantonrechter berust in de wraking en meegedeeld dat het verzoek als ingetrokken wordt beschouwd, tenzij hij per ommegaande anders bericht.
De raadsman van verzoekster heeft de rechtbank telefonisch laten weten dat hij het verzoek tot wraking niet wenst in te trekken.
3 Standpunt verzoeker
Verzoekster heeft aangevoerd, kort weergegeven, dat de kantonrechter de schijn van vooringenomenheid heeft gewekt doordat:
-
zij buiten de raadsman van verzoekster om telefonisch contact heeft gehad met een vertegenwoordiger van het CVOM, in welk gesprek is afgesproken dat de zaak zal worden aangehouden;
-
zij over onvoldoende dossierkennis beschikte, wat gezien de dikte van het dossier niet is voor te stellen;
-
zij een onvolledig proces-verbaal van de zitting heeft ondertekend.
4 De beoordeling
Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Het middel van wraking is toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die tegenover een partij vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die daarover vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Als de rechter berust in de wraking is dat doel al bereikt zonder dat de wrakingskamer heeft te beoordelen of de rechter terecht is gewraakt.
Gelet op het vorenoverwogene heeft verzoekster geen belang meer bij het verzoek, zodat verzoekster niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Omdat de niet-ontvankelijkheid kennelijk is, kan een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.
5 Beslissing
De rechtbank verklaart verzoekerster kennelijk niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven op 11 juni 2018, door mr. Poerink, voorzitter, mr. Kool en mr. van der Lende-Mulder Smit, leden van de wrakingskamer, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. van Wijk, griffier.
De griffier, De voorzitter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.