Civiel recht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Wraking · Civiel recht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 juli 2019
ECLI:NL:RBZWB:2019:2920 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 1 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbzwb-2019-2920
Zaakgegevens
Op 1 juli 2019 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 1 juli 2019
- Datum publicatie
- 2 juli 2019
- Zaaknummer
- c/02/359646/ HA RK 19-140
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2019:2920
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
wraking
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Wrakingskamer
Locatie Breda
zaaknummer 359646 HA RK 19-140
beslissing van 1 juli 2019 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen verzoeker.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:
-
de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier van de hierna te noemen zaak;
-
de zitting in deze zaak gehouden op 14 juni 2019;
-
het proces-verbaal van de zitting van 14 juni 2019 waar het wrakingsverzoek is gedaan;
-
de brief van verzoeker van 19 juni 2019 .
2 Het verzoek
Het verzoek strekt tot wraking van [naam rechter] als behandelend rechter in de zaak met nummer C/02/358062 / JE RK 189-768 ( [namen] ).
3 De ontvankelijkheid van het verzoek
Op 14 juni 2019 heeft een zitting plaatsgevonden in de zaken met de nummers C/02/327840/ FA RK 17-1200 (verzoek tot wijziging van het hoofdverblijf en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken) en C/02/358062 / JE RK 189-768 (ondertoezichtstelling). In deze procedure heeft [naam rechter] op de zitting een mondelinge uitspraak gedaan op het verzoek ondertoezichtstelling. Vast staat dat nadat de mondelinge uitspraak door de rechter is gedaan, verzoeker heeft gezegd: “Ik wraak u”.
Omdat verzoeker daarna onmiddellijk de zittingzaal heeft verlaten, heeft de wrakingskamer hem gevraagd de gronden van zijn wrakingsverzoek te verduidelijken. Bij brief van
19 juni 2019 heeft verzoeker aangegeven dat hij wil dat de twee toegekende uitbreidingen worden ingetrokken. Verder wil verzoeker een betere vraagstelling aan de Raad voor de Kinderbescherming en wil hij niet steeds met een andere kinderrechter geconfronteerd worden.
De wrakingskamer stelt na bestudering van het dossier vast dat verzoeker met de twee toegekende uitbreidingen doelt op de beslissing die op 21 juni 2018 door een andere rechter dan de nu gewraakte rechter is gegeven. Datzelfde geldt voor de vraagstelling aan de Raad voor de Kinderbescherming: ook die vraagstelling is reeds op 21 juni 2018 door een andere rechter vastgesteld. Dat zijn dus geen wrakingsgronden die zich tot [naam rechter] richten. De wens van verzoeker niet steeds met een andere kinderrechter geconfronteerd te worden, kan evenmin worden gezien als een wrakingsgrond tegen [naam rechter] . Gelet hierop kan verzoeker niet in zijn verzoek worden ontvangen. Wraking van een rechter is op grond van de wet immers alleen mogelijk als en zolang een zaak wordt behandeld door die rechter. De bezwaren van verzoeker richten zich op een andere rechter, die daarbij ook al een jaar geleden heeft beslist. Omdat sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, wat mogelijk is op grond van paragraaf 9.1, gelezen in samenhang met paragraaf 4.3 van het wrakings- en verschoningsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakings- en verschoningsprotocol).
Niet-ontvankelijkverklaring betekent dat de wrakingskamer niet inhoudelijk ingaat op het wrakingsverzoek.
4 Beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven op 1 juli 2019 door mrs. Peters, Breeman en
Tempel, in tegenwoordigheid van mr. Rockx, griffier, en in het openbaar uitgesproken.