Civiel recht overig

Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 mei 2026

Zaakgegevens

Op 26 mei 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
26 mei 2026
Datum publicatie
28 mei 2026
Zaaknummer
C/02/448457 HA RK 26-97 (E)
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:4674
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer

Locatie: Breda

Procedurenummer: C/02/448457 HA RK 26-97

beslissing van 26 mei 2026 op het wrakingsverzoek zoals bedoeld in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:

[verzoekster] ,

verzoekster.

1 Procesverloop

Het verloop van deze procedure blijkt onder meer uit:

? de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier van de hoofdzaak met procedurenummer C/02/447475/JERK 26/706,

? het wrakingsverzoek van 21 mei 2026, ontvangen via e-mail;

? het e-mailbericht van de gewraakte rechter aan de wrakingskamer van 22 mei 2026 waaruit blijkt dat hij niet in de wraking berust.

2 Het verzoek

2.1

Het verzoek van 21 mei 2026 strekt tot wraking van mr. Sumner (hierna: de rechter), optredend als familierechter in de bovengenoemde hoofdzaak.

2.2

De rechter berust niet in het verzoek tot wraking.

3 De inhoud van het wrakingsverzoek

In het wrakingsverzoek schrijft verzoekster dat zij de rechter wenst te wraken en dat zij dit mondeling wil toelichten. Daarnaast schrijft zij dat ook in verband met belangenverstrengeling om een andere rechter wordt verzocht.

4 De beoordeling

4.1

Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelt op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.2

In artikel 1, de leden 3 en 4, van het Wrakingsprotocol rechtbank Zeeland-West-Brabant per 1 april 2021 (raadpleegbaar via https://www.rechtspraak.nl/organisatie-en-contact/organisatie/rechtbanken/rechtbank-zeeland-west-brabant/regels-en-procedures/regels-procedures-wraking) staat dat een wrakingsverzoek dat niet tijdens een zitting wordt ingediend schriftelijk moet worden ingediend en de feiten en omstandigheden moet vermelden waardoor volgens verzoekster de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.3

De wrakingskamer stelt vast dat in het wrakingsverzoek niet wordt toegelicht waarom de rechter wordt gewraakt. Dat er sprake zou zijn van belangenverstrengeling is als zodanig niet voldoende, omdat niet wordt onderbouwd waarom dit volgens verzoekster het geval is. Het wrakingsverzoek is hierom niet-ontvankelijk.

4.4

Op grond van artikel 4, tweede lid, van het voornoemde Wrakingsprotocol blijft een behandeling van dit wrakingsverzoek achterwege omdat het niet-ontvankelijk is.

5 De beslissing

De wrakingskamer:

? verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk;

? bepaalt dat de behandeling van de hoofdzaak met procedurenummer C/02/447475/JERK 26/706 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.

Deze beslissing is genomen op 26 mei 2026 door mr. ing. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Römers en mr. Breeman, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is verhinderd om deze

beslissing mede te ondertekenen.

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.