Personen- en familierecht
Kort geding. Niemand is verschenen. Een dagvaarding en een bericht van intrekking zijn niet ontvangen. Aan…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 juli 2021
ECLI:NL:RBZWB:2021:3852 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 27 juli 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/personen-en-familierecht/kort-geding/ecli-nl-rbzwb-2021-3852
Zaakgegevens
Op 27 juli 2021 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 27 juli 2021
- Datum publicatie
- 29 juli 2021
- Zaaknummer
- C/02/387920 / KG ZA 21-343
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2021:3852
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Niemand is verschenen. Een dagvaarding en een bericht van intrekking zijn niet ontvangen. Aan procedurele vereisten zijn niet voldaan. Eiseres is niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/02/387920 / KG ZA 21-343
27 juli 2021
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van
[de vrouw] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
e i s e r e s bij dagvaarding van 19 juli 2021,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. A. Sangar,
n i e t v e r s c h e n e n.
t e g e n :
[de man]
wonende te [woonplaats] ,
g e d a a g d e,
hierna te noemen de man,
n i e t v e r s c h e n e n.
1. Het verloop van het geding
Dit blijkt uit de door de vrouw in het geding gebrachte conceptdagvaarding.
De voorzieningenrechter heeft de zaak op 27 juli 2021 mondeling behandeld met gesloten deuren, omdat het belang van de minderjarige dit eiste.
Partijen zijn niet verschenen.
2 Het geschil
Blijkens de conceptdagvaarding wenst de vrouw dat de voorzieningenrechter aan haar vervangende toestemming verleent, in plaats van toestemming van de man, zodat zij met de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , voor de periode van [x] tot en met [xx] kan reizen naar de [xxx] .
3 De beoordeling
Op grond van artikel 3.1 van het landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken handel en familie is een dag en tijdstip bepaald voor de mondelinge behandeling van het kort geding, dat door de vrouw is aangevraagd. Op grond van artikel 4.3 van dat procesreglement wordt een afschrift van de dagvaarding uiterlijk drie dagen voorafgaand aan de mondelinge behandeling ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit afschrift niet ontvangen.
Op grond van artikel 9.1 van voornoemd procesreglement kan de procedure door de eisende partij worden ingetrokken tot het moment dat de zaak wordt uitgeroepen. Artikel 9.2 van dat reglement bepaalt dat intrekking van die procedure, in beginsel, schriftelijk geschiedt.
Nadat de zaak is uitgeroepen is door de voorzieningenrechter vastgesteld dat door hem slechts een conceptdagvaarding is ontvangen en dat er geen partijen zijn verschenen. De voorzieningenrechter heeft een schriftelijk bericht tot intrekking niet ontvangen. Nu een afschrift van de dagvaarding evenmin is overgelegd, wordt niet voldaan aan de procedurele vereisten die zijn verbonden aan de onderhavige procedure en dient de vrouw niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering.
4 De beslissing
De voorzieningenrechter
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar vordering.
Dit vonnis is gewezen door mr. Toekoen, voorzieningenrechter, en, in tegenwoordigheid van de griffiers Van Dongen en Van Geffen, in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2021.
JvG
verzonden op: