Personen- en familierecht
Vervangende toestemming aanvraag reisdocument en vakantie. Afwijzing vordering ten aanzien van…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 mei 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5628 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 26 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/personen-en-familierecht/kort-geding/ecli-nl-rbzwb-2026-5628
Zaakgegevens
Op 26 mei 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 26 mei 2026
- Datum publicatie
- 26 juni 2026
- Zaaknummer
- C/02/446740 / KG ZA 26-174
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.A. Remport Urban te Lisse
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:5628
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervangende toestemming aanvraag reisdocument en vakantie. Afwijzing vordering ten aanzien van ziektekostenpolis nu het spoedeisend belang daartoe ontbreekt.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
zaaknummer / rolnummer: C/02/446740 / KG ZA 26-174
Vonnis in kort geding van 26 mei 2026
in de zaak van
[de vrouw] ,
wonende in [plaats] ,
eiseres,
advocaat: mr. R.A. Remport Urban te Lisse,
tegen
[de man] ,
wonende in [plaats] ,
gedaagde.
Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de mondelinge behandeling op 11 mei 2026.
De voorzieningenrechter heeft de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld, omdat het belang van de minderjarige en/of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.
Tijdens de mondelinge behandeling is verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. Daarnaast is verschenen [persoon] namens de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna te noemen de Raad, om de voorzieningenrechter over de vorderingen te adviseren.
De man is, hoewel opgeroepen, na voorafgaande kennisgeving niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen.
[minderjarige] is in de gelegenheid gesteld aan de voorzieningenrechter te vertellen wat hij van de vorderingen vindt maar hier heeft hij geen gebruik van gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Partijen zijn gehuwd geweest. Uit dit huwelijk is het navolgende thans nog minderjarige kind geboren:
- [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] (Roemenië), op [geboortedag] 2015.
Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige.
Bij beschikking van deze rechtbank d.d. [datum] 2025 is in het huwelijk van partijen de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is nog niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand die daarvoor zijn bedoeld.
De man, de vrouw en de minderjarige hebben de Roemeense nationaliteit.
3 De vordering
De vrouw vordert bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- vervangende toestemming aan de vrouw te verlenen voor het aanvragen van een Roemeens paspoort van de zoon van partijen;
- vervangende toestemming aan de vrouw te verlenen voor de reis met de zoon van partijen naar familie moederszijde in Roemenië en Hongarije in de zomervakantie 2026,
- de man te bevelen om binnen 5 dagen na afgifte van het in deze te wijzen vonnis een eigen zorgverzekering af te sluiten en de vrouw een bewijsstuk hiervan te doen toekomen, onder verbeurte van een dwangsom van EUR 100,-- per dag met een maximum van EUR 50.000,--- de man te bevelen de door de vrouw sinds 1 december 2024 betaalde zorgpremies van de man aan haar te vergoeden binnen 10 dagen na het in deze te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente. De tot en met maart 2026 betaalde premies bedragen EUR 2.246,--
Door en namens de vrouw is daartoe in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling, kort samengevat, het navolgende aangevoerd. Het Roemeense paspoort van [minderjarige] is verlopen maar de man weigert zijn toestemming te geven voor de aanvraag van een nieuwe. [minderjarige] heeft zijn hoofdverblijf bij de vrouw dus de vrouw moet hem wel kunnen legitimeren. De man betaalt geen alimentatie aan de vrouw voor [minderjarige] en ook betaalt hij geen kosten voor hem. Tussen de man en [minderjarige] vindt al geruime tijd geen omgang plaats. De vrouw wil in de zomervakantie, tijdens de schoolvakantie van [minderjarige] die begint min de week van 13 juli 2026, met [minderjarige] op familiebezoek naar Hongarije en Roemenië. De moeder van de vrouw is ernstig ziek en zij wil haar kleinzoon graag nog een keer zien. De man weigert zijn toestemming te geven. De vrouw wil de gehele schoolvakantie naar het buitenland. De vrouw heeft geprobeerd de zaken onderling met de man te regelen maar dit is niet gelukt. De vrouw vindt het jammer dat de man niet is verschenen bij de mondelinge behandeling omdat dan mogelijk nog afspraken konden worden gemaakt. Het klopt dat de echtscheidingsbeschikking nog niet is ingeschreven. Dit zal op korte termijn gebeuren. Partijen zijn overeengekomen dat de man een eigen polis voor ziektekosten zou afsluiten maar hij heeft dit tot op heden nog steeds niet gedaan. De vrouw betaalt de kosten van de man nog steeds door en deze lopen op. De kosten die de vrouw moet betalen voor de ziektekostenpolis lopen op en de vrouw heeft dan ook een spoedeisend belang bij haar vordering dat de man wordt bevolen een eigen polis af te sluiten.
4. De beoordeling
Nadat de voorzieningenrechter tijdens de mondelinge behandeling heeft vastgesteld dat ten aanzien van de dagvaarding de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, is ter zitting tegen de man verstek verleend.
Op grond van de gedingstukken en de toelichting door partijen tijdens de mondelinge behandeling staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vorderingen omtrent de vervangende toestemming vast.
De Raad heeft tijdens de mondelinge behandeling, kort samengevat, naar voren gebracht dat het voor [minderjarige] fijn zou zijn als er een vorm van contact tussen hem en zijn vader tot stand komt. De Raad kan niet inschatten of de man daartoe in staat is omdat de Raad geen zicht op de situatie heeft. De Raad adviseert de vorderingen van de vrouw omtrent de vervangende toestemming toe te wijzen nu dat in het belang van [minderjarige] is.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. De Nederlandse rechter is bevoegd van de vorderingen kennis te nemen, omdat [minderjarige] zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Omdat de Nederlandse rechter bevoegd is, is op de vorderingen het Nederlands recht van toepassing.
In artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat geschillen over het samen uitoefenen van het gezag op verzoek van een ouder aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt dan een beslissing die zij in het belang van het kind vindt.
In artikel 1:253a BW staat dat de rechter een beslissing moet nemen die zij het meest in het belang vindt van het kind. De rechter moet eerst bekijken of de ouders met elkaar afspraken kunnen maken (artikel 1:253a lid 5 BW).
De man is, ondanks dat hij daartoe correct is opgeroepen, niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling. Het is partijen om die reden dan ook niet gelukt om een afspraak met elkaar te maken over de aanvraag van een reisdocument voor [minderjarige] en het verlenen van toestemming voor de vakantie van de vrouw met [minderjarige] . De voorzieningenrechter komt dan ook toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vorderingen van de vrouw.
Vervangende toestemming reisdocument
De voorzieningenrechter zal ook de vordering van de vrouw tot het verlenen van vervangende toestemming voor de aanvraag van een reisdocument toewijzen nu niet is gebleken dat de belangen van [minderjarige] zich tegen toewijzing van dit verzoek verzetten.
Vervangende toestemming vakantie
De voorzieningenrechter is, net als de Raad, van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat hij op vakantie kan gaan met zijn moeder naar Roemenië en Hongarije om daar op familiebezoek te gaan. De vrouw heeft gesteld dat haar moeder ernstig ziek is en dat zij [minderjarige] graag nog wilt zien. De voorzieningenrechter vindt het in het belang van [minderjarige] dat hij zijn familie kan bezoeken. De voorzieningenrechter zal de vordering van de vrouw tot het verlenen van vervangende toestemming dan ook toewijzen, in die zin dat hij vervangende toestemming zal verlenen voor de vakantie voor de vakantie die in lijn ligt met de landelijk vastgestelde zomervakantie, te weten van 13 juli 2026 tot en met 21 augustus 2026.
De voorzieningenrechter zal de vordering van de vrouw om de man te bevelen een eigen polis van ziektekostenverzekering af te sluiten op straffe van verbeurte van een dwangsom en de vordering van vrouw om de man te bevelen teveel betaalde zorgpremies aan haar te vergoeden, afwijzen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter ontbreekt het spoedeisend belang van de vrouw bij deze vorderingen. Bovendien is het zeer de vraag of een familierechter bevoegd is over de kwestie te oordelen.
Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
verleent aan de vrouw – ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man – toestemming voor de aanvraag van een reisdocument ten behoeve van [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] (Roemenië), op [geboortedag] 2015;
verleent aan de vrouw – ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man – toestemming voor de vakantie van de vrouw met [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] (Roemenië), op [geboortedag] 2015 in de periode van 13 juli 2026 tot 21 augustus 2026;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. De Beer, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026 in tegenwoordigheid van mr. Duerink-Bottinga, griffier.
[afbeelding niet beschikbaar]
[afbeelding niet beschikbaar]