Personen- en familierecht

Vonnis in kort geding. Partijafspraken ter zitting over onder andere de omgang tussen de man en de kinderen…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 juni 2026

Zaakgegevens

Op 11 juni 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
11 juni 2026
Datum publicatie
12 juli 2026
Zaaknummer
C/02/446862 / KG ZA 26-184
Procedure
Kort geding
Advocaat
mr. V.J.C Pieters te Goes, mr. S.J. Nijssen te Goes
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:6275
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vonnis in kort geding. Partijafspraken ter zitting over onder andere de omgang tussen de man en de kinderen. Veroordeling tot nakoming.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Middelburg

Zaaknummer / rolnummer: C/02/446862 / KG ZA 26-184

Vonnis in kort geding van 11 juni 2026

in de zaak van

[de man] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat: mr. V.J.C. Pieters te Goes,

tegen

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. S.J. Nijssen te Goes.

Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,

hierna te noemen: de Raad, om de voorzieningenrechter over de vorderingen te adviseren.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties;

- de mondelinge behandeling op 29 mei 2026.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld, omdat het belang van de minderjarigen en/of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.

1.3.

Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, alsmede de man, bijgestaan door mr. W. van der Sande als waarnemend advocaat voor mr. Pieters. Daarnaast is verschenen een vertegenwoordigster namens de Raad.

1.4.

De voorzieningenrechter heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de voorzieningenrechter. Tijdens de zitting heeft de voorzieningenrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

1.5.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie de navolgende thans nog minderjarige kinderen zijn geboren:

- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2012;

- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2019.

2.2.

De man heeft de minderjarigen erkend.

2.3.

Partijen zijn bij beschikking van deze rechtbank van 9 september 2024, voor zover thans van belang, gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.

2.4.

De minderjarigen hebben hun hoofdverblijf bij de vrouw.

2.5.

Bij beschikking van deze rechtbank van 27 mei 2025 is, voor zover thans van belang, bepaald dat de regelingen uit het aan de beschikking gehechte ouderschapsplan deel uitmaken van de beschikking. In dit ouderschapsplan zijn partijen de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken overeengekomen:

De kinderen verblijven eenmaal per 14 dagen van vrijdag na school, waarbij de ophaallocatie (school of bij moeder) in overleg zal worden bepaald, tot zondagavond na het eten 19.30 uur bij de man, zodra hij zelfstandige woonruimte heeft.

Tot die tijd is er in overleg contact in ieder geval wekelijks op zaterdag of zondag, in overleg te bepalen. Partijen zullen wekelijks op donderdag of vrijdag afspreken wanneer er in het daarop volgende weekend contact zal plaatsvinden.

Partijen zijn daarnaast in het ouderschapsplan een verdeling van de vakanties en feestdagen overeengekomen.

3 De vorderingen in conventie en reconventie

3.1.

De man vordert in conventie bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. De vrouw te veroordelen tot nakoming van de omgangsregeling zoals vastgelegd en opgenomen in het ouderschapsplan ondertekend op 7 februari 2025 door beide partijen, welk ouderschapsplan deel uitmaakt van de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant d.d. 27 mei 2025, dan wel te bepalen dat die omgang opgebouwd wordt in een door de rechtbank in goede justitie te bepalen wijze, bij de man thuis, een en ander op straffe van een dwangsom van € 250,- per keer bij het in gebreke blijven;

  2. De vrouw te veroordelen in de kosten van deze procedure, inclusief nasalaris; met bepaling dat over de proceskosten de wettelijke vertragingsrente verschuldigd zal zijn indien deze kosten niet binnen één week na betekening van het te wijzen vonnis zijn voldaan.

3.2.

Door en namens de man is daartoe in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling, kort samengevat, het navolgende aangevoerd. Partijen hebben in 2024 afspraken met elkaar gemaakt over de omgang in het kader van de zorgregeling tussen de man en de kinderen. Op dat moment had de man nog geen zelfstandige woonruimte, hetgeen maakte dat hij gedurende lange tijd omgang had met de kinderen bij de vrouw thuis. Ook nam de man de kinderen af en toe mee voor activiteiten buitenshuis. Dit ging heel goed. In februari en mei 2025 hebben er incidenten plaatsgevonden aan de zijde van de man op het gebied van middelengebruik. Veilig Thuis is ingeschakeld, omdat de man opgenomen was in het ziekenhuis vanwege een overdosis. De man heeft vervolgens een terugval gehad in november 2025, maar tussendoor niet. De man heeft gedurende deze incidenten omgang gehad met de kinderen onder begeleiding van de vrouw. In januari 2026 is de man ingetrokken bij zijn nieuwe partner, waardoor hij nu over een eigen woonruimte beschikt. De man wil graag omgang met de kinderen gedurende een weekend per twee weken bij hem thuis. De vrouw heeft, gelet op de voorgeschiedenis tussen partijen, zorgen en wil graag eerst in gesprek over de omgang onder leiding van een mediator. Omdat de man de indruk heeft dat de vrouw het voornemen heeft om het gehele ouderschapsplan opnieuw op te stellen, heeft de man dit gesprek afgehouden. Hierdoor is onenigheid ontstaan tussen partijen, met als gevolg dat de man de kinderen al een tijd niet meer heeft gezien. De man had altijd een goede band met de kinderen en [minderjarige 1] geeft aan de man te missen. De man wil daarom zo snel mogelijk een contactherstel met de kinderen. Hij begrijpt dat dit contact moet worden opgebouwd op een neutrale locatie. Omgang bij de vrouw thuis is immers te beladen. Uiteindelijk zal ook een ontmoeting moeten plaatsvinden tussen de kinderen en de nieuwe partner van de man. Het zou fijn zijn als er omgangsafspraken kunnen worden gemaakt.

3.3.

De vrouw voert verweer tegen de vorderingen van de man in conventie en concludeert tot afwijzing van die vorderingen.

In reconventie vordert de vrouw bij vonnis in kort geding te bepalen dat de vrouw en de man met elkaar in gesprek gaan onder leiding van een derde om te komen tot afspraken met betrekking tot het contact tussen de man en de kinderen en te bepalen dat gedurende de tijd dat partijen met elkaar in gesprek zijn de omgang tussen de man en de kinderen onder begeleiding zal plaatsvinden.

3.4.

Ter onderbouwing van haar verweer en vorderingen voert de vrouw, kort samengevat, het navolgende aan. De vrouw heeft aan de man voorgesteld om, onder leiding van mediator mw. [persoon] , het gesprek aan te gaan over de omgang in het kader van de zorgregeling. Het is niet de bedoeling dat het gehele ouderschapsplan opnieuw wordt gemaakt. Het is wel belangrijk dat partijen werken aan hun communicatie over de kinderen. De mediator was bereid om dit met partijen op te pakken, maar de man heeft het gesprek daarover afgehouden. De vrouw begrijpt dat de kinderen omgang met de man willen en nodig hebben. Zij is dan ook niet tegen omgang. De vrouw vindt echter een veilige opbouwregeling erg belangrijk, aangezien er veel gebeurd is in het verleden en de man zijn problemen lijkt te bagatelliseren. De vrouw is vooral bang dat de man de kinderen alleen laat of dat hij middelen gebruikt als de kinderen bij hem zijn. Parallel aan het traject van partijen bij de mediator, kan gestart worden met de opbouw van de omgang tussen de man en de kinderen.

3.5.

Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.

Op grond van de gedingstukken en de toelichting door partijen tijdens de mondelinge behandeling staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van partijen bij hun vorderingen vast.

4.2.

Vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie, zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.

4.3.

De voorzieningenrechter heeft op 29 mei 2026 met [minderjarige 1] gesproken. [minderjarige 1] heeft aangegeven dat het goed met hem gaat. Hij mist zijn vader wel en zou hem ook graag weer willen zien, samen met [minderjarige 2] . [minderjarige 1] wil nog niet kennismaken met de vriendin van zijn vader. Misschien later wel. Daarnaast zou [minderjarige 1] het heel fijn vinden als zijn ouders beter met elkaar kunnen praten, want de huidige situatie vindt hij ingewikkeld.

4.4.

De Raad heeft tijdens de mondelinge behandeling, kort samengevat, naar voren gebracht dat het een goed idee is als de omgang tussen de man en de kinderen wordt opgebouwd, beginnend op een neutrale en openbare locatie. Het is positief dat partijen hier allebei achter staan. De Raad begrijpt echter wel dat de vrouw zich zorgen maakt over het middelengebruik van de man. De man zegt dat het nu goed met hem gaat, in die zin dat er geen sprake meer is van (overmatig) middelengebruik, maar er is veel gebeurd in het verleden tussen partijen. Dat geeft wantrouwen en dit kan alleen worden weggenomen door succeservaringen. Het doel is om zorgvuldig toe te werken naar een weekendregeling. De Raad merkt tot slot op dat partijen moeten leren om met elkaar te communiceren, bijvoorbeeld als zij zorgen hebben. Als de mediation vastloopt, is het belangrijk dat de ouders binnen het vrijwillige kader een ouderschapsbemiddelingstraject gaan volgen.

4.5.

Tijdens de zitting van 29 mei 2026 hebben partijen overeenstemming bereikt over het contactherstel tussen de man en de kinderen. Partijen zijn tot de volgende afspraken gekomen:

  • Er zal eenmaal per week (op zaterdag of zondag) voor de duur van minimaal twee uur omgang plaatsvinden tussen de man en de kinderen op een neutrale locatie, te weten [restaurant 1] te [woonplaats 1] of de [restaurant 2] in [plaats] . De vrouw brengt de kinderen, begroet de man en houdt zich verder gedurende de omgang afzijdig. De omgang zal in principe zes keer op deze wijze plaatsvinden. Partijen stemmen in onderling overleg af of de omgang zal plaatsvinden op zaterdag of zondag en of dit bij [restaurant 1] of de [restaurant 2] zal zijn. Het eerste omgangsmoment zal in ieder geval plaatsvinden op zondag 7 juni 2026 voor de duur van minimaal twee uur bij de [restaurant 2];

  • Bij het zesde omgangsmoment zal een evaluatie plaatsvinden, waarbij de vrouw de doorslaggevende stem heeft of dit nog een zevende en achtste keer op deze wijze dient plaats te vinden. De uitkomst hiervan wordt door de man gerespecteerd;

  • Bij het zesde omgangsmoment zal de partner van de man aansluiten, zodat de vrouw en de partner van de man kennis kunnen maken met elkaar;

  • Vanaf het zevende respectievelijk het negende omgangsmoment (afhankelijk van voornoemde beslissing van de vrouw) zal de omgang voortaan eenmaal per week plaatsvinden bij de man thuis van 10:00 uur tot 16:00 uur. De vrouw brengt en haalt de kinderen en de nieuwe partner van de man is niet bij deze omgangsmomenten aanwezig. De omgang zal op deze wijze plaatsvinden totdat partijen in onderling overleg anders hebben beslist, een en ander onder leiding van mediator mw. [persoon] ;

  • Partijen spreken met elkaar af dat er geen middelen worden gebruikt als zij de verantwoordelijkheid voor de kinderen hebben. De omgang zal geen doorgang vinden als de man (vermoedelijk) middelen heeft gebruikt;

  • Het uiteindelijke doel is om toe te werken naar de door partijen in het ouderschapsplan overeengekomen weekendregeling, waarbij de man en de kinderen eenmaal per twee weken omgang met elkaar hebben bij de man thuis;

  • De vrouw zal mw. [persoon] benaderen om het mediationtraject te doen aanvangen. Partijen starten vervolgens, parallel aan voornoemde opbouwregeling, zo snel mogelijk met het mediationtraject bij mw. [persoon] , waarbij zal worden gewerkt aan het maken van nadere (omgangs)afspraken. Ook kan de noodzaak tot een ouderschapsbemiddelingstraject met mw. [persoon] worden besproken.

4.6.

De voorzieningenrechter zal overeenkomstig de tussen partijen gemaakte afspraken beslissen, in die zin dat partijen zullen worden veroordeeld tot nakoming van de gemaakte afspraken. Het door partijen meer of anders gevorderde zal worden afgewezen.

4.7.

Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

veroordeelt partijen tot nakoming van de tussen hen overeengekomen afspraken zoals opgenomen in rechtsoverweging 4.5. van dit vonnis;

5.2.

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.3.

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026 in tegenwoordigheid van mr. Boomaars, griffier.

[afbeelding niet beschikbaar]

[afbeelding niet beschikbaar]