Personen- en familierecht
Afwijzing vorderingen over nakoming zorg/contactregeling, vervangende toestemming inschrijving basisschool en…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6636 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 19 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/personen-en-familierecht/kort-geding/ecli-nl-rbzwb-2026-6636
Zaakgegevens
Op 19 juni 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 19 juni 2026
- Datum publicatie
- 20 juli 2026
- Zaaknummer
- C/02/447969 / KG ZA 26-237
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. drs. A.Ch Osté te Oosterhout, mr. S. Klootwijk te Breda
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:6636
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing vorderingen over nakoming zorg/contactregeling, vervangende toestemming inschrijving basisschool en uitreisverbod met minderjarige naar het buitenland alsook het in beheer geven van het paspoort van de minderjarige bij de man
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
zaaknummer: C/02/447969 / KG ZA 26-237
19 juni 2026
Vonnis in kort geding
in de zaak van
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaat: mr. drs. A.Ch. Osté te Oosterhout,
tegen
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat: mr. S. Klootwijk te Breda.
Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.
Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming Zeeland-West-Brabant, locatie [woonplaats] ,
hierna: de Raad, de rechtbank over de vorderingen geadviseerd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 7 producties;
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met 4 producties.
De voorzieningenrechter heeft de zaak op 11 juni 2026 tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld, omdat het belang van de minderjarige en/of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen partijen, beiden bijgestaan door hun advocaat. Partijen werden voorts, ieder afzonderlijk, bijgestaan door een tolk Arabisch-Syrische taal. Ook was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming Zeeland-West-Brabant, locatie [woonplaats] (verder te noemen: de Raad).
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Partijen zijn (naar islamitisch recht) met elkaar gehuwd geweest. Uit dit huwelijk is geboren:
- [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2017.
De man heeft [minderjarige] erkend. Ten aanzien van de minderjarige is het gezamenlijk ouderlijk gezag in het gezagsregister aangetekend. [minderjarige] verblijft bij de vrouw.
Ingevolge het tussen partijen opgemaakte ouderschapsplan, door de vrouw ondertekend op 25 augustus 2021 en door de man ondertekend op 2 september 2021, heeft [minderjarige] haar hoofdverblijf bij de man en is het paspoort van [minderjarige] in beheer bij de man.
Als basis zorg/contactregeling is daarin bepaald dat de vrouw en [minderjarige] contact hebben met elkaar gedurende 1 dag per veertien dagen. Partijen bespreken in onderling overleg de exacte invulling daarvan. Partijen kunnen hiervan afwijken in onderling overleg, waarbij zij flexibiliteit zullen betrachten. Daarnaast kan de vrouw doordeweeks telefonisch contact opnemen met de man om met [minderjarige] te praten. Partijen spreken daartoe onderling op een wisselmoment af op welke dag de vrouw zal bellen.
Tijdens de vakanties loopt de regeling door. Indien een ouder met [minderjarige] op vakantie wenst te gaan, stemmen ouders dat minimaal twee maanden van te voren met elkaar af.
Omgang tijdens de feestdagen zullen partijen per feestdag bekijken en in onderling overleg regelen.
Indien specifieke, zwaarwegende omstandigheden dit vragen, kan de zorg/contactregeling in de toekomst aangepast worden.
Op 23 maart 2026 heeft de vrouw een bodemprocedure aanhangig gemaakt (bekend
onder zaaknummer C/02/446326 / FA RK 26-1487). De vrouw verzoekt daarin te bepalen:
-
dat het hoofdverblijf van [minderjarige] bij haar wordt vastgesteld;
-
dat tussen de man en [minderjarige] een begeleide contactregeling wordt vastgesteld;
-
vaststelling van een door de man te betalen bedrag aan kinderalimentatie.
De bodemprocedure staat ingepland op de mondelinge behandeling van 23 juni 2026 te 10.25 uur.
Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.
3 Het geschil in conventie en reconventie
De man vordert in conventie bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:
I.
Primair: de vrouw te veroordelen tot medewerking aan omgangscontacten tussen de man en [minderjarige] eens per twee weken van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur. In de andere week, wanneer de man geen omgang heeft, wenst de man op woensdagmiddag als [minderjarige] vrij is om 13.00 uur met haar te videobellen. Daarnaast wil de man dat de vakanties en feestdagen evenredig (50/50) worden verdeeld;
II.
Subsidiair: een dusdanige opbouwregeling met een dusdanige duur in goede justitie door de voorzieningenrechter vast te stellen, waarna de contactregeling kan continueren in een weekendregeling van vrijdagmiddag 17.00 uur tot zondagavond 17.00 uur om de twee weken;
III. de vrouw te verbieden met [minderjarige] Nederland te verlaten en het paspoort van [minderjarige] in beheer te geven aan de man, binnen drie dagen na datum vonnis, onder oplegging van een dwangsom van c 250,= vanaf de vierde dag na vonnisdatum voor elke dag dat de vrouw nalaat het paspoort aan de man af te geven, dan wel een dusdanige regeling op te leggen, dat de vrouw een reisverbod wordt opgelegd om Nederland met [minderjarige] te mogen verlaten;
IV. zulks met compensatie van de kosten.
De vrouw verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
In conventie:
De door de man ingestelde vorderingen als niet-ontvankelijk dan wel als ongegrond af te wijzen, alsmede;
In reconventie:
- de omgang te wijzigen, dan wel vast te stellen, in die zin dat een contactregeling wordt vastgesteld, waarbij de man eens per twee weken op zaterdag gedurende drie á vier uur onder begeleiding omgang heeft met [minderjarige] , welke regeling ook zal doorlopen in de schoolvakanties, dan wel een contactregeling vast te stellen in goede justitie te bepalen;
- aan de vrouw vervangende toestemming wordt verleend om [minderjarige] in te schrijven op [basisschool] , gevestigd aan [adres] te [woonplaats] .
In conventie en in reconventie:
De man wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
4 De beoordeling in conventie en in reconventie
Vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie, zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.
Op grond van de gedingstukken en de toelichting door partijen tijdens de mondelinge behandeling staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van partijen bij hun vorderingen vast.
Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt alsdan een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Alvorens te beslissen dient de rechter, op grond van artikel 1:253a lid 5 BW, een vergelijk tussen beide ouders te beproeven. Dit vergelijk tussen partijen heeft – na een korte schorsing van de mondelinge behandeling voor overleg tussen hen – geleid tot een verregaande overeenstemming tussen partijen.
De tussen partijen overeengekomen overeenstemming over de zorg/contactregeling houdt het navolgende in. De man en [minderjarige] zullen voorlopig gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar op zaterdag 13 juni 2026 gedurende 4 uren, vervolgens in het weekend op zaterdag 27 juni 2026 of op zondag 28 juni 2026 gedurende 4 uren en op zaterdag 11 juli 2026 of op zondag 12 juli 2026 gedurende 4 uren en daarna gedurende elke week op zaterdag of zondag gedurende (minimaal) 4 uren.
Daarbij zal de man de vrouw de dag voorafgaande aan het omgangscontact telkens laten weten waar hij met [minderjarige] het omgangscontact zal gaan doorbrengen.
De man zal telkens zorgen voor het ophalen en weer terugbrengen van [minderjarige] bij de vrouw.
Daarnaast zal de man elke woensdag om 14.00 uur een videobelcontact hebben met [minderjarige] .
Ook zijn partijen overeengekomen dat [minderjarige] met ingang van het schooljaar 2026/2027 onderwijs zal gaan volgen op [basisschool] , gevestigd aan [adres] te [woonplaats] en dat [minderjarige] aldaar ingeschreven zal worden.
Nu partijen over de zorg/contactregeling en over de inschrijving van [minderjarige] op een basisschool overeenstemming hebben bereikt, zal de voorzieningenrechter deze beide vorderingen bij gebrek van belang formeel afwijzen. Dit neemt niet weg dat partijen gehouden zijn zich aan de tussen hen gesloten overeenkomst te gaan houden. Indien dit wordt nagelaten, zal de rechter in de bodemprocedure daaraan de gevolgen kunnen verbinden die hij of zij dan geraden acht. Overigens heeft de Raad verklaard de tussen partijen overeengekomen kindregelingen in het belang van de minderjarige [minderjarige] te kunnen ondersteunen.
Partijen hebben geen overeenstemming bereikt over de vorderingen van de man om de vrouw te verbieden met [minderjarige] Nederland te verlaten en het paspoort van [minderjarige] in beheer te geven aan de man, binnen drie dagen na datum vonnis, onder oplegging van een dwangsom van Euro 250,= vanaf de vierde dag na vonnisdatum voor elke dag dat de vrouw nalaat het paspoort aan de man af te geven, dan wel een dusdanige regeling op te leggen, dat de vrouw een reisverbod wordt opgelegd om Nederland met [minderjarige] te mogen verlaten.
De voorzieningenrechter zal deze vorderingen van de man afwijzen. Er is immers geen enkel concreet signaal dat de vrouw voornemens zou zijn om [minderjarige] zonder medeweten van de man naar het buitenland (Syrië) mee te nemen om vervolgens niet meer met [minderjarige] naar Nederland terug te keren. Het enkele gegeven dat de man de vrouw wantrouwt is in dit kort geding onvoldoende voor toewijzing van deze vorderingen. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen overigens beiden verklaard dat zij niet voornemens zijn om op korte termijn met [minderjarige] naar het buitenland te willen gaan.
Gelet op de verregaande overeenstemming tussen partijen en de relatie die tussen hen heeft bestaan, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
wijst de vorderingen af;
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Gessel, voorzieningenrechter, en in het openbaar bij vervroeging uitgesproken op 19 juni 2026 in tegenwoordigheid van Van Dongen, griffier.
[afbeelding niet beschikbaar]
[afbeelding niet beschikbaar]