Personen- en familierecht

Vervangende toestemming verleend voor vakantie Kos en voor dagexcursie naar Bodrum (Turkijke)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2026

Zaakgegevens

Op 25 juni 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
25 juni 2026
Datum publicatie
26 juli 2026
Zaaknummer
C/02/448143 / KG ZA 26-246
Procedure
Kort geding
Advocaat
mr. R.E Teusink te Breda, mr. M.B. Chylinska te Zaandam
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:6903
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervangende toestemming verleend voor vakantie Kos en voor dagexcursie naar Bodrum (Turkijke)

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

zaaknummer / rolnummer: C/02/448143 / KG ZA 26-246

Vonnis in kort geding van 24 juni 2026

in de zaak van

[de vrouw] ,

wonende te [plaats 1] ,

eiseres in conventie,

advocaat: mr. R.E. Teusink te Breda,

tegen

[de man] ,

wonende te [plaats 2] ,

gedaagde in conventie,

advocaat: mr. M.B. Chylinska te Zaandam.

Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van de vrouw, met producties;

- de mondelinge behandeling op 24 juni 2026.

1.2

De voorzieningenrechter heeft de zaak tijdens de zitting met gesloten deuren behandeld omdat het belang van de minderjarige en/of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.

1.3

Tijdens de zitting zijn verschenen de partijen, bijgestaan door hun advocaten. De advocaat van de man, mr. Chilinska, is digitaal aangesloten via MS Teams.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad, uit welke relatie de navolgende nu nog minderjarige kinderen zijn geboren:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2009 te [geboorteplaats 1] (Polen);

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2013 te [geboorteplaats 2] (Polen);

- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2015 te [geboorteplaats 2] (Polen),

hierna gezamenlijk te noemen: de minderjarigen.

2..2. De man heeft de minderjarigen erkend. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.

2.3

De vrouw heeft een bodemprocedure aanhangig gemaakt (bekend onder het zaak-/rekestnummer C/02/445068 FA RK 26-814) strekkende tot het wijzigen van de zorgregeling en de kinderalimentatie

2.4.

De minderjarigen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw.

2.5.

Partijen en de minderjarigen hebben de Poolse nationaliteit.

3 De vordering en de standpunten

3.1.

De vrouw vordert in conventie bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om haar vervangende toestemming te geven in plaats van de man om met de minderjarigen van 16 juli 2026 tot en met 23 juli 2026 met vakantie te gaan naar [plaats 3], Kos, Griekenland en om te verblijven in [hotel] en verder om in de periode van 16 juli 2026 tot en met 23 juli 2026 vanuit Kos gedurende een dag een excursie te maken naar Bodrum (Turkije), althans zo te beslissen als de voorzieningenrechter vermeent te behoren en om verder de gedaagde te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2.

Door en namens de vrouw is daartoe in de stukken en tijdens de zitting, kort samengevat, het navolgende aangevoerd.

De vrouw heeft een spoedeisend belang bij de vordering, nu de man eerder niet bereid was om toestemming te verlenen voor de voorgenomen vakantie. De advocaat heeft geprobeerd om de man tot toestemming te bewegen door hem de benodigde toestemmingsformulieren toe te sturen maar dit heeft aanvankelijk niet tot het gewenste resultaat geleid. Het is belangrijk voor de minderjarigen dat de vakantie door kan gaan. De reis valt binnen de aan haar toegewezen vakantieperiode. Daarnaast dient een excursie naar Bodrum nog te worden geboekt, waarbij de exacte datum nog niet bekend is. De vrouw voert verder aan dat de man eerder een vakantie naar Frankrijk heeft gefrustreerd door zijn toestemming één dag voor vertrek in te trekken. Om zekerheid te krijgen dat de onderhavige vakantie door kan gaan, verzoekt de vrouw de voorzieningenrechter om haar vervangende toestemming te verlenen, ondanks de mondelinge instemming van de man nu op zitting. Daarbij wijst de vrouw erop dat de man niet bereid is om een ongecensureerde kopie van zijn identiteitsbewijs te verstrekken, die zij wellicht moet laten zien op het vliegveld. Het is onduidelijk of de douane een afgeschermde kopie zal accepteren maar zij wil geen enkel risico lopen dat zij met de minderjarigen tijdens de vakantie problemen ondervindt.

3.3.

De man voert geen verweer en verzet zich niet tegen de vordering van de vrouw en verleent zijn toestemming voor deze vakantie van de minderjarigen. Hij is bereid de benodigde toestemmingsformulieren te ondertekenen. Zijn bezwaar richt zich uitsluitend op het verstrekken van een ongecensureerde kopie van zijn identiteitsbewijs. Gelet op eerdere ervaringen, waarbij volgens de man misbruik is gemaakt van zijn documenten in de vorm van fraude door de vrouw, wenst hij dat bepaalde gegevens worden afgeschermd. Daarnaast merkt de man op dat hem aanvankelijk toestemmingsformulieren zijn toegestuurd zonder volledige reisinformatie. Nu deze informatie beschikbaar is, stemt hij met de reis in. Over de meivakantie stelt de man dat hij er destijds toestemming voor had gegeven maar dat de vakantie was gepland tijdens zijn omgangsweekend. Hij heeft voorgesteld om de omgang in zijn weekend op een ander moment in te halen maar daarop is geen reactie gekomen vanuit de vrouw. Deze gang van zaken achtte de man onredelijk. Hoewel hij zijn toestemming aanvankelijk had ingetrokken, heeft hij deze uiteindelijk toch verleend in het belang van de minderjarigen.

3.4.

Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4 De beoordeling

Internationaal privaatrecht (IPR)

4.1

Vanwege het feit dat partijen en de minderjarigen de Poolse nationaliteit hebben en omdat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in het buitenland zijn geboren en aldaar de gewone verblijfplaats hebben gehad, draagt deze zaak een internationaal karakter. Daarom dient de rechtbank ambtshalve vast te stellen of de rechtbank internationaal bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek, en zo ja, welk recht van toepassing is op het verzoek.

4.2

Op grond van artikel 7 lid 1 van de EU-Verordening 2019/1111 van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (hierna: Brussel II-ter), is de Nederlandse rechter bevoegd het verzoek van de vrouw te beoordelen, nu alle minderjarigen op het moment van de indiening van het verzoek hun gewone verblijfplaats hadden in Nederland. Op grond van artikel 265 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda relatief bevoegd nu het verzoek een minderjarige betreft die woonplaats heeft in het arrondissement van deze rechtbank.

Inhoudelijk

4.3.

Op grond van de gedingstukken en de toelichting door partijen op zitting staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vordering vast.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt.

4.4.

De voorzieningenrechter verleent de vrouw vervangende toestemming voor een vakantie met de minderjarigen naar Kos en voor de excursie naar Bodrum (Turkijke) en wijst de vordering van de vrouw toe, ondanks de (mondelinge) instemming van de man. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat onduidelijk en onzeker is of de douane genoegen zal nemen met een door de man gecensureerde kopie van zijn identiteitsbewijs. Om eventuele problemen bij de grenspassage te voorkomen en om de doorgang van de vakantie te waarborgen in het belang van de minderjarigen, acht de rechtbank het aangewezen om de verzochte vervangende toestemming te verlenen.

4.5.

Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verleent aan de vrouw vervangende toestemming om in de periode 16 juli 2026 tot en met 23 juli 2026 met de minderjarigen:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2009 te [geboorteplaats 1] (Polen);

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2013 te [geboorteplaats 2] (Polen);

- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2015 te [geboorteplaats 2] (Polen),

op vakantie te gaan naar [plaats 3], Kos, Griekenland en om te verblijven in [hotel] en verder om in de periode van 16 juli 2026 tot en met 23 juli 2026 vanuit Kos gedurende een dag een excursie te maken naar Bodrum (Turkije);

5.2.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

Dit vonnis is mondeling gewezen door mr. mr. Bogaert, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026 in tegenwoordigheid van Akkermans-Bruijs, griffier en op 25 juni 2026 op schrift gesteld.

[afbeelding niet beschikbaar]

[afbeelding niet beschikbaar]