Verbintenissenrecht

Mondeling vonnis. Verzoek tot medehuurderschap van dochter van huurster afgewezen.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 januari 2023

Zaakgegevens

Op 17 januari 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Tilburg
Datum uitspraak
17 januari 2023
Datum publicatie
2 februari 2023
Zaaknummer
9980441_E17012023
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:611
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mondeling vonnis. Verzoek tot medehuurderschap van dochter van huurster afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Tilburg

zaak/rolnr.: 9980441 CV EXPL 22-2551

proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 17 januari 2023

in de zaak van:

1 [eiser sub 1] ,

2. [eiser sub 2]

beiden wonende te [woonadres] ,

eisers,

hierna gezamenlijk te noemen: [eisers] ,

gemachtigde: mr. J.A.M. Geraedts, werkzaam bij D.A.S. Rechtsbijstand te Roermond,

tegen

Stichting Leystromen,

gevestigd en kantoorhoudende te (5121 LN) Rijen, Julianastraat 51,

gedaagde,

hierna te noemen: Leystromen,

gemachtigde: mr. P.L.T. Roks, advocaat te Tilburg.

Aanwezig zijn mr. [voorletters] Sierkstra, kantonrechter, en mr. [voorletters] Debie, griffier.

Na uitroeping van de zaak zijn verschenen eisers sub 1 en 2, bijgestaan door mr. Geraedts voornoemd en namens Leystromen [naam 1] en [naam 2] (consulenten sociaal beheer), bijgestaan door mr. Roks voornoemd.

Nagekomen processtukken zijn:

- de brief van 12 januari 2023 aan de zijde van Leystromen met producties 2 en 4.

1 De procedure

In deze zaak heeft vandaag een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De aantekeningen van de zitting bevinden zich in het dossier. De kantonrechter heeft daarna de zitting voor korte tijd geschorst. Na hervatting van de zitting heeft de kantonrechter in aanwezigheid van beide partijen mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is ingevolge artikel 30p, lid 3, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dit proces-verbaal opgemaakt.

2 Waar gaat deze zaak over?

De zaak betreft kortgezegd de vordering van [eisers] die ertoe strekt dat de kantonrechter zal bepalen dat gedaagde sub 2, [eiser sub 2] , op grond van artikel 7:267 Rv medehuurder wordt van de woning aan de [adres] , die [eiser sub 1] , huurt van Leystromen.

3 Motivering mondeling vonnis

3.1

De kantonrechter is het helemaal eens met de samenvatting van het verweer van Leystromen zoals verwoord in punt 2 van de conclusie van antwoord. De door de gemachtigde van [eisers] aangehaalde uitspraak van het Hof den Bosch 11 januari 2022 betreft een andere situatie en acht de kantonrechter in dit geval niet van toepassing.

3.2

Dit betekent dat de vordering van [eisers] zal worden afgewezen.

3.3

Als de in het ongelijk gestelde partij moet [eisers] de proceskosten van Leystromen betalen. Die kosten bedragen € 622,-.

4 De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eisers] in de proceskosten, aan de kant van Leystromen tot op heden begroot op € 622,-;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. Sierkstra, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in de aanwezigheid van de griffier, waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat is verzonden op 26 januari 2023.

Waarvan proces-verbaal,

de griffier, de kantonrechter,