Materieel strafrecht
Klaagschriftprocedure ex artikel 552a Wetboek van Strafvordering. Onderzoek Durmstrang. Verdenking witwassen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5886 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 2 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/materieel-strafrecht/raadkamer/ecli-nl-rbzwb-2026-5886
Zaakgegevens
Op 2 juli 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 2 juli 2026
- Datum publicatie
- 2 juli 2026
- Zaaknummer
- 25031007
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:5886
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Klaagschriftprocedure ex artikel 552a Wetboek van Strafvordering. Onderzoek Durmstrang. Verdenking witwassen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 02-265101-25
raadkamernummer : 25-031007
datum : 02 juli 2026
beslissing van de meervoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager],
geboren op [geboortedag] 1995,
woonplaats kiezende ten kantore van mr. H. Sytema, Sportlaan 40, 2566 LB Den Haag,
hierna te noemen: klager.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
-
het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 28 november 2025 ter griffie van deze rechtbank, inhoudende dat er een blauwe iPhone (goednummer PL2000-2025257809-2932170) en een personenauto Audi Q5 met kenteken [kenteken] in beslag zijn genomen;
-
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 21 november 2025 in het strafvorderlijk onderzoek tegen [bedrijf] GmbH in beslag zijn genomen: de hiervoor genoemde telefoon en personenauto;
-
de reactie van de officier van justitie en
-
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 4 juni 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en de gemachtigd raadsman van klager, mr. Sytema, advocaat te Den Haag, gehoord.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de telefoon terug kan naar klager.
2 De beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift. Er is één klaagschrift ingediend, waarbij verzocht is de telefoon aan klager terug te geven en de auto aan Akhrif. De rechtbank zal in twee separate beslissingen op het klaagschrift beslissen, namelijk ten behoeve van klager voor wat betreft de telefoon en voor Akhrif voor wat betreft de auto. In onderhavige beslissing wordt dus alleen op de telefoon beslist.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.
Op grond van artikel 116, eerste lid, Sv laat het Openbaar Ministerie de inbeslaggenomen voorwerpen teruggeven aan de beslagene, zodra het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet. De officier van justitie heeft in raadkamer verklaard dat de telefoon kan worden geretourneerd aan klager. Er is geen strafvorderlijk belang meer.
Gelet op dit standpunt, zal de rechtbank het klaagschrift gegrond verklaren en de teruggave gelasten van de telefoon.
3 De beslissing
De rechtbank verklaart:
- het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de iPhone (goednummer PL2000-2025257809-2932170) aan klager.
Deze beslissing is op 2 juli 2026 genomen door mr. E.B. Prenger, voorzitter, mr. C.H.M. Pastoors en mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van G.T.A. Knoop, griffier,
en is uitgesproken op de openbare zitting van 2 juli 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).