Strafrecht overig

Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 november 2023

Zaakgegevens

Op 7 november 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Tilburg
Datum uitspraak
7 november 2023
Datum publicatie
11 januari 2024
Zaaknummer
10615236 MB VERZ 23-884
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:9371
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Tilburg

zaaknummer : 10615236 \ MB VERZ 23-884

CJIB-nummer : 2062 5422 5596 8544

uitspraakdatum : 7 november 2023

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [postcode] [plaats]

hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 7 november 2023. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.M. Morsink (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 11 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Heikantlaan (kruising Bachpad) te Tilburg op 18 februari 2023 om 18:14 uur.

Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt een autoverhuurbedrijf te zijn. Op het moment van overtreding was het bedoelde voertuig verhuurd. Betrokkene verzoekt de boete door te sturen naar de huurder. Er is een huurovereenkomst mee gestuurd. Bij de fase van de officier van justitie heeft betrokkene de verkeerde huurovereenkomst overhandigd.

Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat het in alle drie de zaken om één dezelfde klant gaat. De brief met een antwoordkaart heeft betrokkene nooit ontvangen, aangezien de postbode vaak fouten maakt tussen [huisnummer 1] en [huisnummer 2] op de [straat] in [plaats] .

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht alle drie de beroepen gegrond te verklaren, aangezien de beschikkingen zijn vernietigd. Op 10 juni 2023 is er een brief met antwoordkaart verzonden naar betrokkene.

Overwegingen

Op grond van artikel 5 Wahv wordt, als niet direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder is, de boete opgelegd aan de kentekenhouder.

Ingevolge artikel 8 Wahv is dat alleen dan anders indien de kentekenhouder

( a) niet heeft kunnen voorkomen dat een ander van het voertuig gebruik heeft gemaakt of

( b) een schriftelijke bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst van ten hoogste drie maanden met betrekking tot het voertuig overlegt of

( c) ten tijde van de gedraging niet meer de eigenaar van het voertuig was.

Betrokkene stelt dat het voertuig zou zijn verhuurd ten tijde van de gedraging. De kantonrechter begrijpt dat betrokkene hiermee een beroep doet op de uitzondering onder b (bedrijfsmatige verhuur). Betrokkene heeft die stelling voldoende onderbouwd door een geldige lease- of huurovereenkomst te overleggen. Daarmee staat vast dat die uitzondering zich heeft voorgedaan. De boete is dan ook ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.

Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:

? verklaart het beroep gegrond;

? vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;

? draagt de officier van justitie op het bedrag van € 111,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.L. Schakenraad, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2023.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending: