Strafrecht overig
Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 januari 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:1543 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 29 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2024-1543
Zaakgegevens
Op 29 januari 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 29 januari 2024
- Datum publicatie
- 11 maart 2024
- Zaaknummer
- 10751960 - MB VERZ 23-529
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:1543
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10751960 \ MB VERZ 23-529
CJIB-nummer : 4062 5422 4874 6571
uitspraakdatum : 29 januari 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 29 januari 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.M. Morsink (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12 op de Houtmarkt (richting oude Vest) te Breda op 9 april 2022 13:44 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt niet bekend te zijn in Breda, aangezien zij in Hulst woont. Betrokkene wilde parkeren bij de Barones, maar eenmaal daar aangekomen bleek deze parkeergarage vol te zijn. Aangezien betrokkene in de auto zat, kon zij geen Google Maps raadplegen. Betrokkene volgde de borden naar een andere parkeerplaats in de stad. De borden gaven aan dat zij de weg rechtdoor moest vervolgen. Op een gegeven moment zag betrokkene een bord dat zij na 150 meter niet meer verder mocht rijden. Betrokkene had geen mogelijkheid om links- of rechtsaf te slaan en stelt dat keren ook niet mogelijk was gezien het drukke verkeer en een bus achter haar. Betrokkene stelt dat er één bord mist in de routebeschrijving richting de parkeergarage. Er had volgens betrokkene nog een extra bord moeten staan waaruit blijkt dat zij rechtsaf had moeten slaan. Betrokkene is van mening dat de nalatigheid te verwijten valt aan gemeente Breda.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat de bewegwijzering naar de parkeergarage niet in orde is en dat zij in de veronderstelling was dat de parkeergarage zich vóór de geslotenverklaring zou bevinden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De omstandigheid dat het druk op de weg was, hoort bij het deelnemen van het verkeer. Het verkeersbord stond zichtbaar geplaatst. De gedraging staat vast.
De zittingsvertegenwoordiger verzoekt wel het boetebedrag te matigen met 25% omdat betrokkene niet is gehoord en hierop niet is gewezen door de officier van justitie. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier – met name uit de foto van de gedraging – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dit wordt ook niet ontkend door betrokkene.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat vanuit de richting waaruit betrokkene aan is komen rijden slechts één verkeersbord staat geplaatst en dat er sprake is van onduidelijke bebording richting de parkeergarage. Daarbij komt dat betrokkene in de veronderstelling was niet tot de geslotenverklaring te hoeven rijden om bij de parkeergarage te komen. De boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
? verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
? wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
? draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2024.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: